27.8.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/45
Beroep ingesteld op 18 juli 2018 — TUIfly/Commissie
(Zaak T-447/18)
(2018/C 301/61)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: TUIfly GmbH (Langenhagen, Duitsland) (vertegenwoordigers: L. Giesberts en M. Gayger, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van de artikelen 7 en 8, alsmede de artikelen 9, 10 en 11 voor zover zij betrekking hebben op de artikelen 7 en 8, van besluit (EU) 2018/628 van de Commissie van 11 november 2016 betreffende steunmaatregel SA.24221(2011/C) (ex 2011/NN) die Oostenrijk ten uitvoer heeft gelegd ten gunste van de luchthaven van Klagenfurt, Ryanair en andere luchtvaartmaatschappijen die van de luchthaven gebruikmaken (PB 2018, L 107, blz. 1);
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan.
1.
Het besluit schendt artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het beginsel van behoorlijk bestuur en verzoeksters rechten van verdediging, doordat de Commissie verzoekster geen toegang tot het onderzoeksdossier heeft verleend en haar niet in staat heeft gesteld daadwerkelijk verweer te voeren.
2.
Het besluit schendt artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de Commissie niet heeft bewezen dat verzoekster een selectief voordeel heeft genoten.
3.
Het besluit schendt artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de Commissie haar beoordelingsvrijheid bij de toepassing van het beginsel van een investeerder in een markteconomie uit procedureel oogpunt heeft overschreden.
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie in strijd met de procedurevoorschriften het strikte criterium van de richtsnoeren luchtvaartsteun van 2014 bij haar onderzoek heeft toegepast, ook al betreffen de relevante feiten vroegere jaren, van 2003 tot 2009.
4.
Het besluit schendt artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de Commissie haar beoordelingsvrijheid bij de toepassing van het beginsel van een investeerder in een markteconomie heeft overschreden door de feiten niet afdoende te bewijzen.
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie op onaanvaardbare wijze op basis van het ontbreken van een alomvattend ondernemingsplan betreffende de overeenkomsten met verzoekster heeft besloten dat naar verluidt geen strategie voor de winstgevendheid van de luchthaven van Klagenfurt (hierna: „KLU”) zou bestaan, en in het besluit kennelijk tegenstrijdige feitelijke vaststellingen inzake de langetermijnwinstgevendheidsstrategie voor KLU heeft gedaan.
5.
Het besluit schendt artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de Commissie haar beoordelingsvrijheid bij de toepassing van het beginsel van een investeerder in een markteconomie heeft overschreden door de feiten in het kader van haar naderhand uitgevoerde ex-antewinstgevendheidsanalyse niet afdoende te bewijzen.
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie de met het staatssteunrecht in overeenstemming zijnde verlening van steun aan KLU voor de financiering van haar marketingmaatregelen ten onrechte niet heeft beschouwd als inkomsten voor de luchthaven. Bovendien heeft de Commissie de marktwaarde van de door verzoekster verrichte diensten niet in voldoende mate bepaald en daarmee in het besluit geen rekening gehouden, ook al zijn de prijzen van verzoeksters diensten marktconform.
6.
Het besluit schendt artikel 107, lid 3, VWEU, doordat de Commissie in strijd met de voorschriften bij het onderzoek van de rechtvaardigingsgronden een onevenredig strenge maatstaf heeft gehanteerd die niet beantwoordt aan haar rechtspraktijk op het tijdstip waarop de marketingovereenkomsten zijn gesloten.
7.
Het besluit schendt artikel 107, lid 3, VWEU, doordat de Commissie de feiten die de vermeende steun rechtvaardigen, niet volledig heeft onderzocht.
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie geen rekening heeft gehouden met de met het staatssteunrecht in overeenstemming zijnde verlening van steun aan KLU bij de rechtvaardiging voor de aan verzoekster verleende steun. Bovendien heeft de Commissie bij de toetsing van de maatregelen aan artikel 107, lid 3, onder c), VWEU geen rekening gehouden met de betekenis van de marketingovereenkomsten uit het oogpunt van het regionale en verkeersbeleid en evenmin met de daarmee gepaard gaande aanzienlijke positieve gevolgen voor de regionale economie.
Full & Egal Universal Law Academy