15.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 373/12
Beroep ingesteld op 18 juli 2018 — Triantafyllopoulos e.a./ECB
(Zaak T-451/18)
(2018/C 373/13)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partijen: Panaghiote Triantafyllopoulos (Patras, Griekenland) en 487 andere verzoekende partijen (vertegenwoordiger: N. Ioannou, advocaat)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB)
Conclusies
—
De ECB veroordelen tot vergoeding van de schade die verzoekers hebben geleden, zoals voor elk van hen gespecificeerd in het verzoekschrift, ten bedrage van 83,77 EUR per aandeel in de onderneming, vermenigvuldigd met het aantal aandelen waarvan de betrokken natuurlijke of rechtspersoon houder is;
—
de ECB verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Dit beroep betreft de vordering tot vergoeding van de schade die zou zijn toegebracht aan verzoekers als aandeelhouders van Αchaiki Syneteristiki Τrapeza Syn. PE (coöperatieve kredietbank Achaiki) die in bijzondere liquidatie verkeert, en die bestaat in daadwerkelijk geleden schade, te weten de waarde van de aandelen waarvan elk van de verzoekers houder is. De schade zou zijn veroorzaakt door ontoereikende controle en ontoereikend toezicht door de Τrapeza tis Ellados (nationale bank van Griekenland; hierna: „NBG”) op Αchaiki Syneteristiki Τrapeza in de periode van 1999 tot 2012, maar ook door ontoereikende controle en ontoereikend toezicht door de ECB op de NBG, en, middels laatstgenoemde, maar ook indirect, op Αchaiki Synetiristiki Τrapeza.
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekers de volgende middelen aan.
1.
Eerste middel, gebaseerd op de feitelijke omstandigheden, op de ingeleide strafrechtelijke vervolging en op het nationale recht
—
Van 1999 tot de intrekking van de vergunning van Αchaiki Syneteristiki Τrapeza door de NBG, hebben de verschillende elkaar opvolgende besturen het vennootschapsvermogen misbruikt en dit gebruikt voor criminele doeleinden en hoe dan ook voor onwettige doelen. Dit is gebeurd zonder dat zelfs maar was voldaan aan de wettelijke vereisten voor het functioneren van een bank. De NBG is volgens het nationale recht de enige toezichthoudende autoriteit die alle preventieve, controle- en handhavingsmaatregelen kan vaststellen opdat niet kan gebeuren dat wat wel is gebeurd en heeft geleid tot de verspilling van het vennootschapskapitaal.
2.
Tweede middel, gebaseerd op artikel 340 VWEU.
—
Krachtens artikel 340, derde alinea, VWEU moet de ECB, aangezien zij afzonderlijke rechtspersoonlijkheid heeft, overeenkomstig de algemene beginselen die de rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, de schade vergoeden die door haarzelf of door haar personeelsleden in de uitoefening van hun functies is veroorzaakt.
3.
Derde middel, gebaseerd op de rechtspraak van het Hof
—
Uit de rechtspraak van het Hof volgt dat moet worden bewezen dat er sprake is van ernstige schending van een rechtsregel die ertoe strekt rechten toe te kennen aan particulieren. Wat het vereiste betreft dat de schending ernstig, is het beslissende criterium om aan te nemen dat daaraan is voldaan, de vraag of het orgaan van de Unie de grenzen van de aan hem toegekende bevoegdheden kennelijk en ernstig heeft overschreden. De omvang en de ernst van de veroorzaakte schade en het aantal gelaedeerden kunnen worden gebruikt als criterium om te bepalen of het betrokken orgaan de grenzen van zijn discretionaire bevoegdheid kennelijk en ernstig heeft overschreden. Evenwel moet worden opgemerkt dat er voorts sprake is van een gekwalificeerde schending van het Unierecht wanneer het orgaan de fout niet zou hebben gemaakt indien het met de normale zorgvuldigheid en voorzichtigheid had gehandeld. De ECB heeft niet voldaan aan de krachtens de Verdragen en haar statuut op haar rustende verplichtingen om doeltreffende sancties op te leggen aan de NBG wegens diens gebrekkige toezicht op Achaïki Synetairistiki Trapeza. De ECB is op haar beurt verantwoordelijk om te controleren of de nationale banken van de lidstaten functioneren in overeenstemming met de Verdragen en haar statuten. Indien de ECB een dergelijke controle niet heeft verricht, kan worden gesproken van bestuurlijke tekortkomingen — schending van het beginsel van behoorlijk bestuur — wat [voorkomen] had kunnen worden indien de ECB passende maatregelen had getroffen om de NBG aan haar plichten krachtens de Verdragen te „helpen herinneren” en haar erop te wijzen dat het niet is toegestaan om kredietinstellingen zonder toezicht te laten, omdat anders de monetaire stabiliteit van de Unie, wat het fundamentele doel van de ECB is, in gevaar worden gebracht. De ECB had moeten controleren of de NBG haar verplichtingen nakwam als lid van het Europees Stelsel van Centrale Banken en indien zij zou hebben vastgesteld dat deze verplichtingen niet waren geëerbiedigd, had zij passende maatregelen moeten nemen en niet mogen blijven stilzitten.
Full & Egal Universal Law Academy