5.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/38
Beroep ingesteld op 16 augustus 2018 — Neda Industrial Group / Raad
(Zaak T-490/18)
(2018/C 399/52)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Neda Industrial Group (Teheran, Iran) (vertegenwoordiger: L. Vidal, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de Raad van de Europese Unie van 6 juni 2018 tot handhaving van de sancties ten aanzien van verzoeker, en
—
verwijzing van de Raad in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep strekt tot nietigverklaring van het besluit van de Raad van 6 juni 2018 tot handhaving van de naam van verzoeker op de lijst van personen en entiteiten vermeld in bijlage II bij besluit 2010/413/GBVB (1) en in bijlage IX bij verordening nr. 267/2012. (2)
Tot staving van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
1.
Eerste middel: onwettigheid van het bestreden besluit door een onjuiste toepassing van het recht.
—
In dit verband stelt verzoeker dat de Raad geen bewijs levert voor verzoekers bewuste ondersteuning van de proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran, hetgeen de vermeende rechtsgrond is voor de plaatsing van verzoekers naam in bijlage IX bij verordening nr. 267/2012.
—
Verzoeker stelt voorts dat het niet-overleggen van enig ondersteunend bewijs door de Raad aan verzoeker schending vormt van het beginsel van effectieve rechterlijke bescherming.
2.
Tweede middel: onwettigheid van het bestreden besluit wegens een feitelijke onjuistheid.
—
In dit verband stelt de verzoeker dat hij gelet op de door hem aangeboden activiteiten en diensten, geen banden geeft met entiteiten waarvoor sancties gelden of met welke nucleaire activiteiten dan ook.
3.
Derde middel: onwettigheid van het bestreden besluit wegens schending van het algemene evenredigheidsbeginsel.
—
In dit verband stelt de verzoeker voorts dat de plaatsing van zijn naam op de lijst van entiteiten waartegen beperkende maatregelen zijn genomen en de weigering om de naam van verzoeker van de lijst te halen, passend noch noodzakelijk zijn om de doelstellingen van verordening nr. 267/2012 te bereiken, en dat verzoeker hierdoor onevenredige schade heeft geleden.
(1) Besluit van de Raad 2010/413/GBVB van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (PB L 195, 27.7.2010, blz. 39).
(2) Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88, 24.3.2012, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy