1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/45
Beroep ingesteld op 17 augustus 2018 — OCU / GAR
(Zaak T-496/18)
(2018/C 352/55)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Organización de Consumidores y Usuarios (OCU) (Madrid, Spanje) (vertegenwoordigers: E. Martínez Martínez en C. López-Mélida de Ramón, advocaten)
Verwerende partij: Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)
Conclusies
—
nietigverklaring van de eindbeslissing („Final Decision”) van 19 juni 2018 van het beroepspanel van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad in zaak 54/2017, die is aangespannen tegen de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad;
—
Verwijzing van het „Beroepspanel van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad” in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het in artikel 41, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”) neergelegde grondrecht en van het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging (recht op behoorlijk bestuur in de vorm van toegang tot documenten voor de rechtmatige uitoefening van het recht van verweer).
—
In dit verband wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing, waarbij het beroepspanel geen volledige toegang heeft verleend tot de documenten die in het bezit zijn van de GAR, om welke toegang is verzocht met het oog op de uitoefening van het legitieme recht van verweer, een ernstige schending vormt van het grondrecht op behoorlijk bestuur in de vorm van toegang tot documenten als bedoeld in artikel 41, lid 2, van het Handvest en van het fundamentele beginsel van gemeenschapsrecht inzake de eerbiediging van de rechten van de verdediging.
2.
Tweede middel: schending van de artikelen die de beperking inzake de vertrouwelijkheid en het zakengeheim bij de toegang tot documenten uitsluiten wanneer het verzoek wordt gedaan in het kader van de uitoefening van de rechten van verdediging en de toegang tot een doeltreffende rechterlijke bescherming, als bedoeld in artikel 88 van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB 2014, L 225, blz. 1), en van artikel 84 van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB 2014, L 173, blz. 190), en van artikel 53 van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB 2013, L 176, blz. 338).
—
In dit verband wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing, waarbij het beroepspanel geen volledige toegang heeft verleend tot de documenten die in het bezit zijn van de GAR, de in bovengenoemde wetgeving opgenomen uitzonderingen op de algemene toegang tot documenten onjuist heeft toegepast, aangezien om deze toegang wordt verzocht in het kader van de uitoefening van de rechten van de verdediging en de toegang tot een doeltreffende rechterlijke bescherming.
3.
Derde middel: schending van het grondrecht van artikel 41, lid 2, van het Handvest (recht op behoorlijk bestuur, wat de verplichting tot motivering van handelingen betreft).
—
In dit verband wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing, waarbij het beroepspanel geen volledige toegang heeft verleend tot de documenten die in het bezit zijn van de GAR, een ernstige schending vormt van het grondrecht op behoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 41, lid 2, van het Handvest, voor zover zij de motiveringsplicht voor handelingen schendt.
Full & Egal Universal Law Academy