5.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/39
Beroep ingesteld op 24 augustus 2018 — Hongarije / Commissie
(Zaak T-505/18)
(2018/C 399/53)
Procestaal: Hongaars
Partijen
Verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordigers: M. Z. Fehér, M. M. Tátrai en A. Pokoraczki, gevolmachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
uitvoeringsbesluit (EU) 2018/873 van de Commissie van 13 juni 2018 tot onttrekking aan financiering door de Europese Unie van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) nietig te verklaren voor zover het, wat Hongarije betreft, de steun voor groepen van producenten die over een gekwalificeerde erkenning beschikken, onttrekt aan financiering door de Unie;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
De omstreden uitsluiting waarin het bestreden besluit voorziet, is onrechtmatig, aangezien de steun aan de betrokken groepen van producenten conform het Unierecht is verleend
De verzoekende partij beroept zich op de aard van de erkenning waarover de groepen van producenten beschikken. Volgens haar heeft de Commissie er bij haar beslissing inzake de terugbetaling van de aan de groepen van producenten verleende nationale economische steun geen rekening mee gehouden dat de groepen van producenten die een gekwalificeerde erkenning hebben verkregen, voldoen aan de voorwaarden van verordening (EG) nr. 1698/2005.
2.
De omstreden uitsluiting waarin het bestreden besluit voorziet, is onrechtmatig, aangezien de Commissie die uitsluiting op grond van de beginselen van loyale samenwerking, evenredigheid, rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen had moeten beperken of ervan had moeten afzien
Volgens de verzoekende partij is de omstreden uitsluiting onrechtmatig, aangezien de Commissie die uitsluiting op grond van de beginselen van loyale samenwerking, evenredigheid, rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen had moeten beperken of ervan had moeten afzien, ermee rekening houdend dat de toepasselijke Unierechtelijke bepalingen in verband met de beoordeling van de omstreden nationale regeling en praktijk niet noodzakelijkerwijs duidelijk zijn en ruimte bieden voor de door Hongarije bepleite uitlegging, en dat de Commissie die regeling en praktijk tevoren al kende, zonder er bezwaar tegen te hebben gemaakt.
Full & Egal Universal Law Academy