12.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 408/56
Beroep ingesteld op 7 september 2018 — Roemenië / Commissie
(Zaak T-530/18)
(2018/C 408/73)
Procestaal: Roemeens
Partijen
Verzoekende partij: Roemenië (vertegenwoordigers: C. Canţăr, E. Gane, C. Florescu, O. Ichim, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
uitvoeringsbesluit (EU) 2018/873 van 13 juni 2018 tot onttrekking aan financiering door de Europese Unie van bepaalde uitgaven die zijn verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) gedeeltelijk nietig te verklaren: a) voor zover het gaat om submaatregel 1a, in zijn geheel (het bedrag van 13 184 846,61 EUR voor de jaren 2015 en 2016); b) voor zover het gaat om de submaatregelen 3a, 5a, 3b, 4b, in zijn geheel (het bedrag van 45 532 000,96 EUR voor de jaren 2014, 2015 en 2016), en subisidiair, gedeeltelijk voor de periode voorafgaand aan 19 september 2015 (het bedrag van 21 315 857,50 EUR);
—
de Europese Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Met haar eerste middel stelt zij dat de Europese Commissie misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door bedragen te onttrekken aan financiering door de Europese Unie
—
Door de in besluit 2018/873 vastgestelde correcties toe te passen, heeft de Commissie haar bevoegdheden misbruikt en gehandeld in strijd met artikel 52 van verordening 1306/2013 en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen en het rechtszekerheidsbeginsel.
—
Het bestreden besluit is in strijd met artikel 52 van verordening 1306/2013 voor zover de Commissie, na gesprekken met de Roemeense autoriteiten te hebben gevoerd, heeft besloten om de herziening van het Nationale Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (NPOP) goed te keuren en de maatregelen uit het NPOP heeft aanvaard, met inbegrip van de methoden met betrekking tot betalingen betreffende submaatregelen 1a, 3a, 5a, 3b en 4b in het kader van maatregel 215 — Dierenwelzijnsbetalingen. Het besluit tot goedkeuring van de herziening van het NPOP is een juridische verbintenis en leidt ertoe dat betalingen uit de EU-begroting worden verricht.
—
De Roemeense autoriteiten hebben betalingen gedaan conform de goedkeuring van de Commissie. In dit kader is het besluit om de correcties toe te passen, onrechtmatig.
—
Roemenië is van mening dat het bestreden besluit het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen schendt, aangezien het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de herziening van het NPOP bij de Roemeense autoriteiten en de belanghebbenden gewettigd vertrouwen heeft gewekt met betrekking tot de regelmatigheid van de door de Commissie goedgekeurde berekeningsmethoden. Dit beginsel vereist dat, óók voor de submaatregelen 3a, 5a, 3b en 4b, de Commissie de correcties toepast met ingang van 19 september 2015, zoals zij ook heeft gedaan met betrekking tot submaatregel 1a.
—
Tevens is Roemenië van mening dat de Commissie dit beginsel ook had moeten eerbiedigen met betrekking tot de betalingen die na 19 september 2015 zijn verricht, aangezien een verdere herziening van het NPOP op dat moment niet meer mogelijk was.
—
Voorts is Roemenië van mening dat het bestreden besluit inbreuk maakt op het rechtszekerheidsbeginsel doordat de Comissie een afwijkende positie inneemt met betrekking tot de regelmatigheid van de berekeningsmethoden. Met het bestreden besluit heeft de Commissie vastgesteld dat de betalingen die zijn verricht op basis van de berekeningsmethoden die zij eerder heeft goedgekeurd, onregelmatig zijn. Bovendien heeft de Commissie, ondanks dat de Roemeense autoriteiten haar om verduidelijking hebben gevraagd met betrekking tot de mogelijkheid van het corrigeren van fouten inzake de compensatiebetalingen, gelet op het feit dat een wijziging van het NPOP na 19 september 2015 niet meer kon worden doorgevoerd, met betrekking tot dit aspect geen standpunt ingenomen.
2.
Het tweede middel betreft schending van de in artikel 296, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde motiveringsplicht
—
Roemenië is van mening dat de Commissie de in artikel 296, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde motiveringsplicht niet is nagekomen voor zover zij, in het geval van submaatregel 1a, het volgende niet voldoende en adequaat heeft gemotiveerd: a) haar wisselende standpunt wat betreft de geconstateerde onregelmatigheden en het type toegepaste correcties; b) de verwerping van de door de Roemeense autoriteiten aangevoerde argumenten en toelichtingen wat betreft de gestelde overcompensatie; c) haar keuze om een forfaitair percentage voor de vastgestelde onregelmatigheden toe te passen in plaats van een berekend percentage.
Full & Egal Universal Law Academy