5.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/52
Beroep ingesteld op 13 september 2018 — ArcelorMittal Bremen / Europese Commissie
(Zaak T-544/18)
(2018/C 399/67)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: ArcelorMittal Bremen GmbH (Bremen, Duitsland) (vertegenwoordigers: S. Altenschmidt en D. Jacob, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
krachtens artikel 265 VWEU vaststellen dat de Commissie artikel 52, lid 2, van verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie (1) heeft geschonden door na te laten de centrale administrateur op te dragen, in het EUTL rekening te houden met de door de Bondsrepubliek Duitsland op 8 februari 2018 medegedeelde wijziging in het nationale toewijzingsplan voor verzoeksters installatie EU-ID DE000000000000060;
—
subsidiair, het besluit van de Commissie van 31 augustus 2018 inzake het verzoek van de verzoekster van 14 mei 2018 nietig verklaren;
—
Verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan:
Schending van het Unierecht
Verzoekster betoogt dat de Commissie gehouden is tot vaststelling van het besluit krachtens artikel 52, lid 2, van verordening nr. 389/2013, aangezien de wijziging in het nationale toewijzingsplan in overeenstemming is met de vereisten van het Unierecht.
Voorts wordt aangevoerd dat het productgerelateerde historische activiteitsniveau voor het product gesinterd erts overeenkomstig het bepaalde in besluit 2011/278/EU van de Commissie (2).moet worden bepaald op basis van de hoeveelheden gesinterd erts die bij het verlaten van de sinterinstallatie worden gewogen.
Tot slot is verzoekster van mening dat gesinterd erts dat na bewerking ter voorbereiding van de lading opnieuw wordt gezeefd in een hoogoven en als gerecycled materiaal weer in een sinterinstallatie wordt gebracht, niet in mindering mag worden gebracht bij de bepaling van het activiteitsniveau van de sinterinstallatie.
(1) Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie (PB 2013, L 122, blz. 1).
(2) Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 2772) (PB 2011, L 130, blz. 1).