26.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 427/84
Beroep ingesteld op 14 september 2018 — Teeäär / ECB
(Zaak T-547/18)
(2018/C 427/111)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Raivo Teeäär (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de directie van de ECB van 27 februari 2018, waarbij haar verzoek om hulp bij de overgang naar een loopbaan buiten de ECB is afgewezen, nietig te verklaren;
—
voor zover nodig, nietig te verklaren het besluit van de directie van 3 juli 2018 tot afwijzing van het bezwaar dat zij tegen het besluit van de directie van 27 februari 2018 heeft ingediend;
—
vergoeding te gelasten van de materiële schade die zij zou hebben geleden en die bestaat in een financieel pakket ter ondersteuning van de loopbaanovergang dat wordt begroot op 101 447 EUR, vermeerderd met vertragingsrente berekend op basis van het tarief dat de Europese Centrale Bank voor de basisherfinancieringstransacties toepast, plus 3 procentpunten per jaar;
—
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan onwettigheid van artikel 2.3.1 van de personeelsverordeningen van de ECB, aangezien dit artikel in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling en van evenredigheid; het bestreden besluit bevat bovendien een kennelijke beoordelingsfout.
2.
Tweede middel, ontleend aan de onwettigheid van artikel 2.3.1 van de personeelsverordeningen van de ECB, aangezien dit artikel discrimineert op grond van leeftijd en dus in strijd is met artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met de artikelen 2 en 6, lid 1, van richtlijn 2000/78. (1)
3.
Derde, subsidiair aangevoerd middel, ontleend aan de onwettigheid van het bestreden besluit omdat het een kennelijke beoordelingsfout bevat en de zorgplicht miskent.
4.
Vierde, subsidiair aangevoerd middel, ontleend aan schending van artikel 2.3.1 van de personeelsverordeningen.
(1) Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB 2000, L 303, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy