3.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 436/53
Beroep ingesteld op 21 september 2018 — Bernis e.a. / ECB
(Zaak T-564/18)
(2018/C 436/75)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Ernests Bernis (Jurmala, Letland), Oļegs Fiļs (Jurmala), OF Holding SIA (Riga, Letland) en Cassandra Holding Company SIA (Jurmala) (vertegenwoordigers: O. Behrends, M. Kirchner en L. Feddern, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB)
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
besluit ECB-SSM-2018-LVABL-2 WOANCA-2018-0007 van 11 juli 2018 tot intrekking van de bankvergunning van ABLV Bank, AS, nietig te verklaren;
—
verweerster te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen zeven middelen aan.
1.
Eerste middel: de ECB heeft ten onrechte aangenomen dat de voorwaarden voor de intrekking van een vergunning vervuld waren.
2.
Tweede middel: de ECB heeft geen rekening gehouden met de discretionaire aard van het besluit.
3.
Derde middel: de ECB heeft het evenredigheidsbeginsel geschonden.
4.
Vierde middel: de ECB heeft haar bevoegdheden misbruikt.
5.
Vijfde middel: het besluit van de ECB was niet naar behoren gemotiveerd.
6.
Zesde middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften.
7.
Zevende middel: schending van het nemo-auditurbeginsel.
Full & Egal Universal Law Academy