3.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 436/55
Beroep ingesteld op 25 september 2018 — Crédit agricole / ECB
(Zaak T-576/18)
(2018/C 436/78)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Crédit agricole SA (Montrouge, Frankrijk) (vertegenwoordigers: A. Champsaur en A. Delors, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank
Conclusies
—
vernietiging krachtens de artikelen 256 en 263 VWEU van besluit ECB-SSM-2018-FRCAG-75 van de ECB van 16 juli 2018;
—
verwijzing van de ECB in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan misbruik van bevoegdheid in het besluit van de ECB van 16 juli 2018, waarbij aan verzoekster een administratieve sanctie is opgelegd voor de voortdurende schending van de kernkapitaalvereisten als bedoeld in artikel 26, lid 3, van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PB 2013, L 176, blz. 1) (hierna „bestreden besluit”). In dit verband voert verzoekster volgende argumenten aan:
—
primair, dat de ECB het recht verkeerd heeft toegepast bij zijn uitlegging van artikel 26, lid 3, van verordening (EU) nr. 575/2013, aangezien de instellingen geen voorafgaande toestemming van de ECB nodig hebben wanneer zij gewone aandelen indelen als tier 1-kapitaal.
—
subsidiair, dat indien het Gerecht van oordeel zou zijn dat de indeling van gewone aandelen als tier 1-kapitaal zonder voorafgaande toestemming van de ECB een inbreuk op artikel 26, lid 3, van verordening (EU) nr. 575/2013 oplevert, zij noch opzettelijk noch door nalatigheid een strafbaar feit heeft gepleegd bij de toepassing van die bepaling en dat het bestreden besluit het rechtszekerheidsbeginsel schendt.
—
uiterst subsidiair, dat indien het Gerecht van oordeel zou zijn dat van een inbreuk kan worden uitgegaan en dat een sanctie kan worden uitgesproken ten aanzien van de verzoekster, het bestreden besluit het evenredigheidsbeginssel schendt aangezien de vermeend gepleegde inbreuk niet ernstig is en verzoekster medewerking heeft verleend.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van verzoeksters procedurele grondrechten door de ECB, doordat hij het bestreden besluit heeft gebaseerd op grieven waarover verzoekster geen bezwaren heeft kunnen indienen.
Full & Egal Universal Law Academy