3.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 436/57
Beroep ingesteld op 27 september 2018 — Ukrselhosprom PCF en Versobank / ECB
(Zaak T-584/18)
(2018/C 436/81)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Ukrselhosprom PCF LLC (Solone, Oekraïne) en Versobank AS (Talinn, Estland) (vertegenwoordigers: O. Behrends, L. Feddern en M. Kirchner, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank
Conclusies
—
besluit ECB/SSM/2018–EE-2 WHD-2017-0012 van 17 juli 2018 waarbij de bankvergunning van Versobank AS werd ingetrokken, nietig verklaren;
—
besluit ECB-SSM-2018-EE-3 van 14 August 2018 met betrekking tot de kosten van de interne administratieve toetsing bijgevolg nietig verklaren;
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vierentwintig middelen aan.
1.
Eerste middel: de ECB is niet bevoegd om een besluit vast te stellen met betrekking tot de liquidatie van Versobank AS.
2.
Tweede middel: de ECB heeft de onderliggende kwesties betreffende de bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme niet zelf beoordeeld.
3.
Derde middel: de ECB heeft nagelaten alle relevante elementen van de zaak te onderzoeken en nauwkeurig en onpartijdig te beoordelen.
4.
Vierde middel: de ECB heeft onjuiste informatie die verstrekt zou zijn met betrekking tot de Letse activiteiten van Versobank ten onrechte meegenomen in de overwegingen.
5.
Vijfde middel: de ECB heeft geen rekening gehouden met de positieve rol van de uiterst bekwame en gerenommeerde directieleden.
6.
Zesde middel: de ECB heeft de relevante wettelijke vereisten waar Versobank niet aan zou voldoen, niet gedefinieerd.
7.
Zevende middel: de ECB heeft geen rekening gehouden met het feit dat een wezenlijk deel van de bedrijfsvoering geen significant witwasrisico met zich meebracht.
8.
Achtste middel: de ECB heeft onvoldoende rekening gehouden met de aanzienlijke afname van het aantal klanten in hogere risicocategorieën.
9.
Negende middel: de ECB heeft ten onrechte aangenomen dat iedere verdere herstelactie niet realistisch is.
10.
Tiende middel: de overwegingen van de ECB met betrekking tot een potentiële nieuwe directie zijn onjuist.
11.
Elfde middel: de overwegingen van de ECB met betrekking tot een potentiële schorsing van de stemrechten zijn onjuist.
12.
Twaalfde middel: de ECB heeft een gestelde niet-naleving van een voorschrift onterecht meegenomen in de overwegingen.
13.
Dertiende middel: de overwegingen van de ECB met betrekking tot de mogelijkheid van een nader voorschrift zijn onjuist.
14.
Veertiende middel: de ECB heeft Versobank op onrechtmatige wijze de mogelijkheid ontzegd om zelf tot liquidatie over te gaan.
15.
Vijftiende middel: de ECB heeft op onrechtmatige wijze de mogelijkheid van een verkoop uitgesloten.
16.
Zestiende middel: de ECB heeft het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie geschonden.
17.
Zeventiende middel: de ECB heeft het evenredigheidsbeginsel geschonden.
18.
Achttiende middel: de ECB heeft het vertrouwensbeginsel en het rechtzekerheidsbeginsel geschonden.
19.
Negentiende middel: de ECB heeft artikel 19 en overweging 75 van verordening nr. 1024/2013 (1) geschonden en haar bevoegdheid misbruikt.
20.
Twintigste middel: de ECB heeft het recht van Versobank en de aandeelhouders om te worden gehoord geschonden door hun een onredelijk korte termijn te verlenen om commentaar te geven.
21.
Eenentwintigste middel: de ECB heeft de rechten van verdediging van Versobank en haar recht om te worden gehoord ook op andere punten geschonden.
22.
Tweeëntwintigste middel: de ECB heeft haar besluit niet toereikend gemotiveerd.
23.
Drieëntwintigste middel: ECB heeft het recht van Versobank op toegang tot het dossier geschonden.
24.
Vierentwintigste middel: de ECB heeft de rechten van de aandeelhouders in verband met de op grond van artikel 24 van verordening nr. 1024/2013 door de administratieve raad voor toetsing verrichte toetsing geschonden.
(1) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB 2013 L 287, blz. 63).