17.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 455/27
Beroep ingesteld op 8 oktober 2018 — ZF / Commissie
(Zaak T-605/18)
(2018/C 455/36)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: ZF (vertegenwoordiger: J.-N. Louis, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
te verklaren en vast te stellen,
—
het besluit van de Commissie van 30 november 2017 tot vaststelling van haar pensioenrechten met terugwerkende kracht tot 6 maart 2015 en het besluit van 31 januari 2018 om over te gaan tot terugvordering van hetgeen onverschuldigd zou zijn betaald worden nietig verklaard;
—
de Commissie wordt verwezen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de onwettigheid van de intrekking van een handeling waarbij subjectieve rechten zijn verleend, aangezien haar rechten met eerbiediging van artikel 15, lid 1, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie zijn vastgesteld bij haar indiensttreding bij EDEO op 1 oktober 2011. Dit besluit was dus hetzij wettig zodat het niet kon worden ingetrokken, hetzij onwettig zodat de intrekking alleen binnen een redelijke termijn kon geschieden.
2.
Tweede middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het besluit om haar als tijdelijk functionaris van de rang AD 12, salaristrap 8, met anciënniteit van salaristrap op 1 november 2007, aan te werven een wettig besluit was dat in overeenstemming was met de tussen partijen gesloten overeenkomst, zodat het niet op wettige wijze kon worden ingetrokken en kon worden vervangen door een besluit waarbij een aanpassingscoëfficiënt werd toegepast die tot een aanzienlijke verlaging van haar salaris leidde.
3.
Derde middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout van de Commissie bij haar beslissing dat de verzoekende partij een functie uitoefende die op het niveau van hoofd van een sector lag.
4.
Vierde middel, ontleend aan niet-nakoming van de motiveringsplicht, aangezien de bestreden besluiten geen relevante motivering bevatten.
5.
Vijfde middel, ontleend aan schending van artikel 85 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, op grond dat de verzoekende partij niet op de hoogte kon worden gesteld van een eventuele onregelmatigheid in het besluit tot vaststelling van haar rechten bij haar indiensttreding bij EDEO.