14.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/48
Beroep ingesteld op 23 oktober 2018 — Tokai erftcarbon / Commissie
(Zaak T-636/18)
(2019/C 16/59)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Tokai erftcarbon GmbH (Grevenbroich, Duitsland) (vertegenwoordigers: K. Van Maldegem, M. Grunchard, R. Crespi en S. Saez Moreno, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
verzoeksters schade die zij door toedoen van verweerster heeft geleden, vergoeden;
—
verweerster veroordelen tot betaling van de schade die verzoekster heeft geleden als rechtstreeks gevolg van de vaststelling van verordening (EU) nr. 944/2013 van de Commissie van 2 oktober 2013 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang (PB 2013 L 261, blz. 5), voor zover daarbij pek, koolteer, hoge temperatuur wordt ingedeeld als Aquatic acute 1 (H400) en Aquatic Chronic 1 (H410), welke schade wordt geraamd op een totaalbedrag van 66 237,74 EUR, of elk ander bedrag zoals vastgesteld door verzoekster in loop van de procedure of door het Hof;
—
subsidiair, bij tussenarrest beslissen dat verweerster gehouden is om de geleden schade te vergoeden en partijen gelasten binnen een redelijke termijn na het arrest het tussen partijen overeengekomen bedrag van de schadevergoeding aan het Hof over te leggen of, bij gebreke van de overeenkomst, partijen gelasten binnen dezelfde termijn hun opmerkingen met gedetailleerde cijfers ter ondersteuning over te leggen;
—
verweerster veroordelen tot betaling aan verzoekster van compenserende rente tegen het wanbetalingspercentage vanaf de datum van de geleden schade (dat wil zeggen dan wel vanaf de datum van inwerkingtreding van de onwettige classificatie dan wel vanaf de datum waarop de schade zich heeft voorgedaan);
—
verweerster veroordelen tot betaling van een achterstandsrente van 8 %, of een ander door het Hof te bepalen passend percentage, berekend over het te betalen bedrag vanaf de datum van het arrest tot de feitelijke betaling; en
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster één middel aan, waarbij zij stelt schade te hebben geleden die door verweerster is veroorzaakt door de vaststelling en inwerkingtreding van verordening (EU) nr. 944/2013 van de Commissie (1), waarbij de stof pek, koolteer, hoge temperatuur is ingedeeld als Aquatic Acute 1 (H400) en Aquatic Chronic 1 (H410) stof. Op 22 november 2017 heeft het Hof van Justitie de hogere voorziening verworpen die de Europese Commissie had ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht tot gedeeltelijke nietigverklaring van verordening nr. 944/2013 voor zover de stof pek, koolteer, hoge temperatuur daarbij als gevolg van een kennelijke beoordelingsfout is ingedeeld als Aquatic Acute 1 (H400) en Aquatic Chronic 1 (H410) stof. Verzoekster heeft kosten gemaakt bij de uitvoering van de onwettige indeling. Verweerster is overeenkomstig artikelen 268 en 340 VWEU aansprakelijk voor die kosten, aangezien het gedrag van verweerster onwettig is omdat het een voldoende gekwalificeerde schending van het recht oplevert, de veroorzaakte schade reëel en zeker is en er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen het gedrag en de gestelde schade.
(1) Verordening (EU) nr. 944/2013 van de Commissie van 2 oktober 2013 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang (PB L 261, blz. 5).