21.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/46
Beroep ingesteld op 7 november 2018 — Securitec / Commissie
(Zaak T-661/18)
(2019/C 25/60)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Securitec (Livange, Luxemburg) (vertegenwoordiger: P. Peuvrel, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het onderhavige beroep tot nietigverklaring formeel ontvankelijk verklaren;
—
het beroep tot nietigverklaring materieel gegrond verklaren;
—
derhalve, het afwijzende besluit van 7 september 2018 nietig verklaren;
—
tevens het besluit van de Commissie van 17 september 2018 nietig verklaren;
—
al het andere gelasten wat ter zake rechtens noodzakelijk is;
—
de Commissie verwijzen in de proceskosten en de overige kosten in het kader van het onderhavige beroep.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht bij de vaststelling van ten eerste het besluit van de Commissie van 7 september 2018 waarbij de door verzoekster ingediende inschrijving in het kader van aanbestedingsprocedure nr. HR/R1/PR/2017/059 met als opschrift „Onderhoud van de veiligheidsinstallaties in de gebouwen die worden gebruikt en/of beheerd door de Europese Commissie in België en in Luxemburg” (PB 2018/S 209-476275) wordt afgewezen, en ten tweede het besluit van 17 september 2018 waarbij is geweigerd verzoekster de preciseringen te verstrekken die zij in verband met de bovengenoemde aanbestedingsprocedure wenste te verkrijgen. In het besluit waarbij verzoeksters inschrijving wordt afgewezen, wordt immers enkel vermeld dat de in de inschrijving voorgestelde prijs niet de laagste was, terwijl het prijscriterium niet het enige gunningscriterium was dat in het bestek was opgenomen. Het feit dat de motivering ontoereikend is, moet leiden tot de nietigverklaring van het besluit, aangezien dat feit gelijkstaat aan het ontbreken van een motivering.
2.
Tweede middel: onrechtmatigheid van het bestreden besluit. In dit verband voert verzoekster aan dat het criterium van de laagste prijs niet het enige in aanmerking genomen criterium was, maar dat de gekozen inschrijving tevens regelmatig en in overeenstemming met de vereisten diende te zijn. Volgens verzoekster beschikte degene aan wie de opdracht was gegund, niet over een Nedap-certificaat, dat volgens het bestek nochtans verplicht was. Daarom is de gunning van die opdracht aan die onderneming onregelmatig en moeten de bestreden besluiten nietig worden verklaard.
3.
Derde middel: strijdigheid van de bestreden besluiten met de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en non-discriminatie, met name wat betreft het onevenredige vereiste van een minimumomzet van 900 000 EUR voor ondernemingen die inschrijven op perceel 4 in Luxemburg en wat betreft het feit dat de Commissie niet antwoordt op verzoeksters schrijven van 28 juni 2018 met vragen daaromtrent.