28.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 35/25
Beroep ingesteld op 22 november 2018 — KPN / Commissie
(Zaak T-691/18)
(2019/C 35/32)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: KPN BV (Rotterdam, Nederland) (vertegenwoordigers: P. van Ginneken en G. Béquet, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C(2018) 3569 final van de Commissie van 30 mei 2018 waarbij de concentratie waarmee Liberty Global plc uitsluitende zeggenschap verwerft over Ziggo NV verenigbaar met de interne markt en de EER-overeenkomst wordt verklaard (zaak M.7000 — Liberty Global/Ziggo);
—
terugverwijzing van de zaak naar de Commissie voor verder onderzoek overeenkomstig artikel 10, lid 5, van de concentratieverordening (1), en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft een kennelijke fout begaan bij het vaststellen van de marktdefinitie van premium-pay-tv-kanalen voor sport en film.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat zij tijdens de administratieve procedure heeft aangevoerd dat Ziggo Sport Totaal („ZST”) „onmisbaar” is voor aanbieders van tv-, breedband- en mobiele diensten aan eindgebruikers, en pakketten met een of meer van deze diensten, om op de eindgebruikersmarkt te kunnen concurreren. Volgens haar is dit door het marktonderzoek van de Commissie bevestigd. Bijgevolg zijn de twee premium-pay-tv-kanalen voor sport, ZST en FOX Sports, niet substitueerbaar.
—
Verzoekster betoogt voorts dat de Commissie niettemin tot de conclusie is gekomen dat er één markt is voor de aanbieding en de verwerving op groothandelsniveau van premium-pay-tv-kanalen voor sport, waaronder ZST en FOX Sports, en dat er geen verdere marktsegmentatie nodig is.
—
Volgens verzoekster zijn deze fouten in de marktdefinitie van invloed op de verdere beoordeling van de Commissie en uiteindelijk op de conclusie om de fusie toe te staan.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft de marktdefinitie van premium-pay-tv-kanalen voor sport en film ontoereikend gemotiveerd.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat het uitgangspunt van de Commissie dat FOX Sports en ZST deel uitmaken van dezelfde markt, een uitgebreide toelichting vereiste, aangezien dit uitgangspunt in strijd is met het marktonderzoek van de Commissie — waaruit bleek dat ZST „onmisbaar” is — en met eerdere besluiten van de Commissie.
—
Voorts stelt verzoekster dat de Commissie de marktdefinitie voor premium-pay-tv-kanalen voor film niet heeft gemotiveerd.
—
Volgens verzoekster is dit gebrek aan motivering van de marktdefinitie van invloed op de verdere beoordeling van de Commissie en uiteindelijk op de conclusie om de fusie toe te staan.
3.
Derde middel: de Commissie heeft een kennelijke fout gemaakt bij de beoordeling van de mogelijkheid om ZST af te schermen en van de gevolgen daarvan voor de markt voor de aanbieding en de verwerving op groothandelsniveau van ZST.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat de fusie de macht van de fuserende partijen op de markt voor ZST heeft uitgebreid tot het gehele Nederlandse grondgebied.
—
Voorts stelt verzoekster dat de fuserende partijen, door te weigeren een derde partij (op rendabele voorwaarden) toegang te verlenen tot ZST, de mogelijkheid hebben om ZST af te schermen voor hun downstream-concurrenten.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft de beoordeling van de mogelijkheid om ZST af te schermen en van de gevolgen daarvan voor de markt voor de aanbieding en de verwerving op groothandelsniveau van ZST ontoereikend gemotiveerd.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat de Commissie het argument afwijst dat ZST „onmisbaar” is — en derhalve kan worden afgeschermd — op basis van haar marktdefinitie in punt 5.1.2.1 van het bestreden besluit. Op grond van verzoeksters betoog dat het bestreden besluit niet voorziet in een marktdefinitie, of een onjuiste marktdefinitie geeft, stelt zij dat de beoordeling van de Commissie op een onjuist uitgangspunt is gebaseerd.
—
Voorts stelt verzoekster dat de Commissie haar beoordeling van het feit dat de fuserende partijen ZST niet kunnen afschermen en van de gevolgen daarvan, ontoereikend heeft gemotiveerd.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft de mogelijkheid om HBO-inhoud af te schermen kennelijk onjuist beoordeeld.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat de Commissie door het ontbreken van een marktdefinitie en onjuiste veronderstellingen ten onrechte heeft vastgesteld dat de gefuseerde partijen geen aanmerkelijke marktmacht hebben.
6.
Zesde middel: de Commissie heeft de beoordeling van de mogelijkheid om HBO-inhoud af te schermen ontoereikend gemotiveerd.
—
In dit verband betoogt verzoekster dat, bij gebreke van een betrouwbare marktdefinitie van filminhoud, de beoordeling door de Commissie van de gevolgen van de fusie voor deze markt automatisch ontoereikend is gemotiveerd.
(1) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB 2004, L 24, blz. 1).