11.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 54/21
Beroep ingesteld op 27 november 2018 — Polen / Commissie
(Zaak T-703/18)
(2019/C 54/36)
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Poolse Republiek (vertegenwoordiger: B. Majczyna, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 17 september 2018 tot uitvoering van de acties en aanbevelingen die zijn vermeld in het definitieve auditverslag, in het deel betreffende aanbeveling 04.01, punt g), met betrekking tot de financiële correcties van de btw-bedragen betreffende de gevallen waarin de deelnemers die de steun ontvingen, btw-plichtig waren en derhalve de btw konden terugvorderen, maar dit hebben niet gedaan, in de projecten die zijn uitgevoerd in het kader van alle operationele programma’s die door het Europees Sociaal Fonds worden medegefinancierd, waarvoor uitgaven voor vergoeding door de Europese Commissie zijn gedeclareerd,
—
Verwijzing van de Europese Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster één middel aan, te weten schending van de artikelen 65, lid 2, en 69, lid 3, onder c), van verordening nr. 1303/2013 (1) in samenhang met artikel 2, punt 10, van die verordening, voor zover de Commissie deze onjuist heeft uitgelegd en ten onrechte heeft overwogen dat artikel 69, lid 3, onder c), van verordening nr. 1303/2013 van toepassing is op de eindontvangers van de steun uit het Europees Sociaal Fonds, hoewel zij geen begunstigden zijn in de zin van artikel 2, punt 10, van die verordening.
In het kader van dit middel voert de Poolse Republiek aan dat, overeenkomstig het algemene beginsel van subsidiabiliteit van de uitgaven in de projecten van het Europees Sociaal Fonds als omschreven in artikel 65, lid 2, van verordening nr. 1303/2013, de voorwaarden voor subsidiabiliteit van uitgaven op grond van artikel 69 van deze verordening behoren tot de verplichtingen van de begunstigde die het project uitvoert.
Volgens verzoekster laat artikel 2, punt 10, van verordening nr. 1303/2013 in geval van steun ter waarde van minder dan 200 000 EUR de lidstaten uitdrukkelijk vrij om te kiezen of de entiteit die de steun ontvangt dan wel de entiteit die dergelijke steun verleent, als begunstigde wordt beschouwd.
In het onderhavige geval is de begunstigde volgens de keuze van de Poolse autoriteiten de entiteit die de steun verleent en niet de entiteit die de steun ontvangt. De eindontvangers van de steun zijn geen begunstigden en derhalve is volgens verzoekster artikel 69, lid 3, onder c), van verordening nr. 1303/2013 niet op hen van toepassing.
De Poolse Republiek stelt verder dat in de onderhavige zaak het toekennen van de status van begunstigde aan entiteiten die steun ontvangen — werklozen — hun veel verplichtingen zou opleggen met betrekking tot de afwikkeling van ontvangen steun, de rapportage over de voortgang van de projectuitvoering, de controles van het project en de noodzaak gegevens in te voeren in IT-systemen die zijn bedoeld ter ondersteuning voor de uitvoering van operationele programma’s. Een dergelijke oplossing zou het onmogelijk maken om de doelstellingen van verordening nr. 1303/2013 te verwezenlijken.
(1) Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (PB 2013, L 347, blz. 320).