11.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 54/27
Beroep ingesteld op 7 december 2018 — Apostolopoulou en Apostolopoulou-Chrysanthaki / Commissie
(Zaak T-721/18)
(2019/C 54/41)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partijen: Zoi Apostolopoulou (Athene, Griekenland), Anastasia Apostolopoulou-Chrysanthaki (Athene, Griekenland) (vertegenwoordiger: D. Gkouskos, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
de vordering toe te wijzen en verweersters hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan elk van de verzoeksters van het totale bedrag van 500 000 EUR, zoals nader uiteengezet in hun verzoekschrift;
—
verwerende partijen te gelasten, zich in de toekomst te onthouden van elke aantasting van de persoonlijkheidsrechten van verzoeksters;
—
de eerste verweerster te gelasten om de eer en de goede naam van verzoeksters te herstellen door middel van een verklaring voor de Efeteio Athinon (rechter in tweede aanleg Athene, Griekenland), waarvoor momenteel in tweede aanleg het door verzoeksters op 11 september 2017 ingestelde beroep met het algemene referentienummer 572461/2017 en het bijzondere referentienummer 1898/2017 aanhangig is, in het kader waarvan de eerste verweerster de betrokken valse en beledigende verklaringen jegens verzoeksters heeft afgelegd, en
—
verweersters te verwijzen in de kosten
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de Europese Commissie en de Europese Unie. Aangezien deze laatste voor het Hof steeds wordt vertegenwoordigd door de instelling waaraan de bestreden handeling of gedraging is toe te rekenen, wordt de Commissie in het onderhavige beroep als enige verwerende partij beschouwd.
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de menselijke waardigheid en de persoonlijkheidsrechten van verzoeksters, doordat de Commissie voor de Monomeles Protodikeio Athinon (alleensprekende rechter in eerste aanleg Athene, Griekenland) lasterlijke verklaringen heeft afgelegd, en schending van het beginsel van behoorlijk bestuur teneinde over te gaan tot gedwongen tenuitvoerlegging tegen verzoeksters.
2.
Tweede middel: schending van de beginselen van legaliteit, goede trouw en gewettigd vertrouwen, aangezien de Commissie heeft beweerd dat verzoeksters als vennoten wettelijk aansprakelijk zijn en dat de vennootschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, hoewel herhaaldelijk overeenkomsten zijn gesloten in de wetenschap dat verzoeksters naar Grieks recht en volgens de statuten van de vennootschap niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap.
3.
Derde middel: schending van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een onpartijdige rechterlijke instantie, aangezien verzoeksters geen partij waren in de procedure waarin de executoriale titel is afgegeven.
4.
Vierde middel: kwaadwillige en onrechtmatige versnelling van de tenuitvoerleggingsprocedure tegen verzoeksters.