11.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/64
Beroep ingesteld op 21 december 2018 — Daimler / Commissie
(Zaak T-751/18)
(2019/C 93/85)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Daimler AG (Stuttgart, Duitsland) (vertegenwoordigers: Rechtsanwälte N. Wimmer, C. Arhold en G. Ollinger)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit CLIMA/C4/WB/sg Ares(2018) ref. Ares(2018)5413709, dat verweerster heeft vastgesteld op grond van artikel 12, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 (1) van 25 juli 2011, nietig verklaren, en
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij de volgende middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 (2)
—
In het eerste middel wordt betoogd dat verweerster artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 heeft geschonden door bij de verificatie van de CO2-besparingen af te wijken van de goedgekeurde testprocedure door een onjuiste Willans’ factor toe te passen.
2.
Tweede middel: schending van artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 juncto artikel 6, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011
—
In het tweede middel wordt aangevoerd dat verweerster artikel 12, lid 1, tweede alinea, van uitvoeringsverordening (EG) nr. 725/2011 juncto artikel 1, lid 3, van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 juncto artikel 6, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 heeft geschonden door in het kader van de testmethode die zij voor de ad hoc-verificatie heeft toegepast, niet de specifieke voorbehandeling uit te voeren.
3.
Derde middel: schending van artikel 12, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011
—
In het derde middel wordt betoogd dat verweerster artikel 12, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 heeft geschonden door te gelasten dat de eco-innovaties voor het voorgaande jaar, 2017, niet moesten worden meegeteld, hoewel die bepaling uitdrukkelijk alleen een besluit tot het niet meetellen van eco-innovaties voor het volgende jaar toestaat.
4.
Vierde middel: schending van het recht om te worden gehoord
—
In het vierde middel wordt schending gesteld van verzoeksters recht om te worden gehoord, overeenkomstig de vereisten die voortvloeien uit het algemene rechtsbeginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging en overeenkomstig de vereisten van artikel 41, lid 2, onder a), van het Handvest van de grondrechten. Verweerster heeft toestemming gegeven voor een uitwisseling van rechtsopvattingen, maar vervolgens het bestreden besluit vastgesteld.
5.
Vijfde middel: schending van de motiveringsplicht
—
In het vijfde middel wordt betoogd dat het besluit niet overeenkomstig de vereisten van artikel 296, lid 2, VWEU en artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten is gemotiveerd. Verweerster heeft in het bestreden besluit slechts vaag verwezen naar afwijkingen in de testmethode, maar is niet ingegaan op de beslissende vraag of en in welke mate de testmethode een specifieke voorbehandeling vereist en of verweerster in uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 een dergelijke testmethode heeft toegestaan.
(1) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto’s uit hoofde van verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2011, L 194, blz. 19).
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/158 van de Commissie van 30 januari 2015 betreffende de goedkeuring van twee hoogrendementsalternatoren van Robert Bosch GmbH als innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto’s uit hoofde van verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2015, L 26, blz. 31).
Full & Egal Universal Law Academy