6.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/22
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) op 29 januari 2019 — Wikingerhof GmbH & Co. KG/B BV
(Zaak C-59/19)
(2019/C 155/29)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Wikingerhof GmbH & Co. KG
Verwerende partij: B BV
Prejudiciële vraag
Moet artikel 7, punt 2, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (1) aldus worden uitgelegd dat het voor verbintenissen uit onrechtmatige daad bevoegde gerecht kennis kan nemen van een vordering tot staking van een bepaalde gedraging, wanneer in aanmerking wordt genomen dat de verweten gedraging strookt met de contractuele bepalingen, maar de verzoekende partij stelt dat deze bepalingen berusten op misbruik door de verwerende partij van een dominante marktpositie?
(1) PB 2012, L 351, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy