20.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 172/12
Hogere voorziening ingesteld op 18 februari2019 door Bank Refah Kargaran tegen het arrest van het Gerecht(Tweede kamer) van 10 december 2018 inzaak T-552/15, Bank Refah Kargaran/Raad
(Zaak C-134/19 P)
(2019/C 172/16)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Bank Refah Kargaran (vertegenwoordiger:J.-M. Thouvenin, avocat)
Andere partijen in de procedure: Raad vande Europese Unie, Europese Commissie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Tweede kamer)van 10 december 2018 in zaak T-552/15gedeeltelijk te vernietigen;
—
primair, de conclusies die rekwirante voor het Gerecht van de EuropeseUnie heeft geformuleerd toe te wijzen via de toekenning van een vergoedingvoor haar materiële schade ten belope van 68 651 319 EUR en voor haar immateriële schade ten belope van 52 547 415 EUR;
—
subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht;
—
de Raad van de Europese Unie in elk geval verwijzen in de kostenin eerste aanleg en in hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van haar hogere voorziening voert rekwirante zevenmiddelen aan.
1.
Eerste middel: onjuiste rechtsopvatting
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvattingdoor aan te nemen dat de ontoereikende motivering van het nietig verklaardebesluit geen voldoende gekwalificeerde schending oplevert van eenrechtsregel van de Europese Unie.
2.
Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvattingdoor te oordelen dat wanneer een eisende partij die het slachtofferis geworden van een onwettige sanctie van de Raad van de EuropeseUnie, beroep heeft ingesteld en nietigverklaring van de sanctie heeftverkregen, het voor haar geen doel meer dient om een voldoende gekwalificeerdeschending van het recht op effectieve rechterlijke bescherming aante voeren.
3.
Derde middel: onjuiste rechtsopvatting
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvattingdoor een door rekwirante in haar repliek gepreciseerd middel af tewijzen zonder na te gaan, zoals de rechtspraak vereist, of de uitwerkingvan dit middel in de repliek het gevolg is van de normale ontwikkelingvan het debat dat sinds het verzoekschrift heeft plaatsgevonden inde contentieuze procedure.
4.
Vierde en vijfde middel: onjuiste rechtsopvatting
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvattingdoor het in zaak T-24/11 (1) gewezen arrest onjuist uit te leggen en door te oordelen datuit de vaststelling dat de Raad zich niet heeft gehouden aan zijnverplichting om rekwirante in kennis te stellen van de tegen haarmet betrekking tot de reden voor de bevriezingsmaatregelen aangevoerdeelementen, niet kan worden afgeleid dat er sprake is van een voldoendegekwalificeerde schending van Unierecht waarvoor de Unie aansprakelijkis.
5.
Zesde middel: onjuiste opvatting van het verzoekschrift
Het Gerecht heeft het verzoekschrift onjuist opgevat door rekwirantesargument niet-ontvankelijk te verklaren op grond dat zij zich in hetstadium van het verzoekschrift niet heeft beroepen op de vermeendeonwettigheid van het feit dat de reden voor haar plaatsing op de lijstenvan personen op wie beperkende maatregelen van toepassing zijn, nietzou overeenstemmen met het door de Raad gehanteerde criterium.
6.
Zevende middel: onjuiste opvatting van het verzoekschrift
Door de door rekwirante aangevoerde middelen van onwettigheid terugte brengen tot louter de schending van de motiveringsplicht, heefthet Gerecht het verzoekschrift onjuist opgevat.
(1) Arrest van 6 september 2013, Bank RefahKargaran/Raad (T-24/11, EU:T:2013:403).
Full & Egal Universal Law Academy