20.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 172/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het ObersteGerichtshof (Oostenrijk) op 20 februari 2019 — Pensionsversicherungsanstalt/CW
(Zaak C-135/19)
(2019/C 172/17)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster tot Revision: Pensionsversicherungsanstalt
Verweerster in Revision: CW
Prejudiciële vragen
1)
Dient de Oostenrijkse revalidatie-uitkering volgens de bepalingenvan verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en deRaad van 29 april 2004 betreffende decoördinatie van de socialezekerheidsstelsels (1) te worden aangemerkt
—
als prestatie bij ziekte in de zin van artikel 3, lid 1, ondera), van de verordening,
—
als uitkering bij invaliditeit in de zin van artikel 3, lid 1,onder c), van de verordening, of
—
als uitkering bij werkloosheid in de zin van artikel 3, lid 1,onder h), van de verordening?
2)
Dient verordening (EG) nr. 883/2004 tegen de achtergrond vanhet primaire recht aldus te worden uitgelegd dat een lidstaat alsvoormalige woonstaat en werkstaat verplicht is om uitkeringen alsde Oostenrijkse revalidatie-uitkering te betalen aan een persoon diein een andere lidstaat woont, als deze persoon het merendeel van detijdvakken van verzekering betreffende de takken ziekte en pensioenheeft vervuld als werknemer in die andere lidstaat (na de verplaatsingvan de woonplaats naar deze lidstaat die jaren geleden heeft plaatsgevonden)en sindsdien geen uitkeringen heeft ontvangen uit hoofde van de ziektekosten-of pensioenverzekering van de voormalige woon- en werkstaat?
(1) PB 2004, L 166, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy