25.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/43
Beroep ingesteld op 8 januari 2019 — ClientEarth / EIB
(Zaak T-9/19)
(2019/C 72/55)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: ClientEarth (Londen, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: J. Flynn, QC en H. Leith, barrister)
Verwerende partij: Europese Investeringsbank
Conclusies
—
de weigering van de EIB om tot een interne herziening op grond van artikel 10 van de Aarhus-verordening over te gaan nietig verklaren (1);
—
de verwerende partij verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan verkeerde rechtsopvattingen bij de toepassing van de Aarhus-verordening betreffende de status van ClientEarth als een niet-gouvernementele organisatie, het begrip „administratieve handeling”, de definitie van maatregelen van individuele strekking, de rechtsgevolgen van het besluit van het directiecomité van de EIB en de grenzen van het „milieurecht”.
2.
Tweede middel, ontleend aan het verzuim van de verwerende partij om, zoals voorgeschreven door artikel 296 VWEU, een toereikende motivering aan te dragen.
(1) Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen.
Full & Egal Universal Law Academy