11.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/70
Beroep ingesteld op 11 januari 2019 — Giulia Moi / Parlement
(Zaak T-17/19)
(2019/C 93/91)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Giulia Moi (Siddi, Italië) (vertegenwoordiger: M. Contini, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
Primair, het besluit van het bureau van het Europees Parlement van 12 november 2018 nietig te verklaren. Dat besluit bevestigt het besluit van de voorzitter van het Europees Parlement van 2 oktober 2018, waarbij aan Giulia Moi als sanctie gedurende twaalf dagen het verlies van het recht op dagvergoeding wordt opgelegd wegens het psychisch geweld dat zij heeft gebruikt jegens haar twee geaccrediteerde parlementaire medewerkers.
—
Subsidiair, voor het onwaarschijnlijke en betwiste geval dat de hoofdvordering wordt afgewezen en onverminderd instelling van een rechtsmiddel, de opgelegde tuchtsanctie overdreven en/of onevenredig te verklaren en dus te vervangen door de sanctie van artikel 166, onder a), van het reglement van orde van het Europees Parlement.
—
De verwerende instelling er hoe dan ook toe te veroordelen haar een vergoeding toe te kennen die het op billijke wijze vaststelt, in de vorm van betaling van een bedrag van 50 000 EUR dan wel van een ander, hoger of lager, bedrag dat het billijk acht, en de voorzitter te gelasten die informatie bekend te maken tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement.
—
Het Europees Parlement te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij aan dat inbreuk is gemaakt op het beginsel van hoor en wederhoor, het recht op een eerlijk proces en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
1.
Verzoekster beklemtoont dat er geen grond is voor het opleggen van de betrokken tuchtsanctie, die klaarblijkelijk wordt gerechtvaardigd met de enkele verwijzing naar het verslag van het adviescomité, dat het gedrag van verzoekster zonder motivering of bewijs aanmerkt als „psychisch geweld”.
2.
Verder is het duidelijk dat het bureau van het Europees Parlement zijn bevoegdheid op een kennelijk onjuiste wijze heeft uitgeoefend en daar apert misbruik van heeft gemaakt, voor zover de feiten waarop het zich heeft gebaseerd, die zijn aangevoerd door de medewerkers jegens wie de intimidatie zou hebben plaatsgevonden, niet als psychisch geweld kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 12 bis van het statuut.
3.
Het bureau van het Europees Parlement heeft een fout gemaakt en heeft de feiten waarop het besluit ziet onjuist opgevat, gelet op de definitie van psychisch geweld in artikel 12 bis van het statuut. Onder dat begrip moet „onbehoorlijk gedrag” worden verstaan dat zich „gedurende lange tijd herhaaldelijk of systematisch voordoet” in de vorm van opzettelijke gedragingen, woorden, handelingen, gebaren of geschriften die de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of de psychische integriteit van de betrokkene kunnen aantasten.
4.
Op basis van die verduidelijking van het begrip „psychisch geweld” blijkt uit het dossier meteen dat het gedrag van verzoekster niet als een geval van dergelijk geweld kan worden beschouwd en dat het kleine aantal klachten, die ook in de tijd tot een zeer korte periode beperkt zijn, verband houdt met de beëindiging van de werkzaamheden van de medewerkers en hun aanwezigheid op kantoor, en gericht is op wraak jegens verzoekster, die zich eraan schuldig heeft gemaakt om hun ontslag te hebben verzocht.
5.
Overigens zou geen enkele externe waarnemer, die met een normale gevoeligheid is begiftigd en die de specifieke werksituatie van de parlementsleden en hun directe medewerkers kent, ooit tot de conclusie komen dat de gedragingen die aan verzoekster worden verweten, dermate buitensporig en laakbaar zijn dat ze de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of de psychische integriteit van de betrokken medewerkers aantasten — mede gelet op de royale vergoeding die het Parlement hun heeft betaald.
Full & Egal Universal Law Academy