18.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 103/53
Beroep ingesteld op 23 januari 2019 — Dansk Erhverv / Commissie
(Zaak T-47/19)
(2019/C 103/69)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Dansk Erhverv (Kopenhagen, Denemarken) (vertegenwoordiger: T. Mygind, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2018) 6315 final van de Commissie van 4 oktober 2018 betreffende steunmaatregelen SA.44865 (2016/FC) — Duitsland — Vermeende staatssteun aan drankenwinkels die aan de Duitse grens zijn gelegen, nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster één enkel middel aan, ontleend aan schending door de Commissie van verzoeksters procedurele rechten waarop zij zich als belanghebbende kan beroepen krachtens artikel 108, lid 2, VWEU en de artikelen 4, lid 4, 12, lid 1, en 24, lid 1, van de procedureverordening (1), doordat de Commissie heeft nagelaten de formele onderzoeksprocedure van artikel 108, lid 2, VWEU in te leiden, ondanks de ernstige moeilijkheden die de beoordeling van de in de klacht vermelde staatssteunkwesties oplevert met betrekking tot de administratieve praktijk van de „uitvoeraangifte” en in het bijzonder met betrekking tot de aan de grenswinkels verleende vrijstelling van de verplichting om statiegeld te heffen en aldus btw op het statiegeld te betalen, alsook met betrekking tot de in de Duitse statiegeldregeling voor dranken in blik vastgestelde vrijstelling van geldboeten voor niet-nakoming van de verplichting tot het aanrekenen van statiegeld. De Commissie heeft bijgevolg blijk gegeven van onjuiste rechtsopvattingen en de feiten kennelijk onjuist beoordeeld, in de eerste plaats wat betreft de verenigbaarheid van de praktijk van de „uitvoeraangifte” met de verplichtingen die op Duitsland rusten ingevolge artikel 4, lid 3, VWEU, de verpakkingsrichtlijn (2) en het beginsel dat de vervuiler betaalt alsook de vereisten inzake het aanrekenen van statiegeld waarin de toepasselijke Duitse verpakkingsregeling voorziet. In de tweede plaats heeft de Commissie blijk gegeven van een onjuiste opvatting met betrekking tot de uit de praktijk van de „uitvoeraangifte” voortvloeiende effecten van de door Duitsland gederfde btw-inkomsten, die staatssteun opleveren.
(1) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB L 248, 24.9.2015, blz. 9)
(2) Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 150, 14.6.2018, blz. 141).
Full & Egal Universal Law Academy