15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/62
Beroep ingesteld op 31 januari 2019 — Othman/Raad
(Zaak T-58/19)
(2019/C 139/65)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Razan Othman (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
verzoekers vordering ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
bijgevolg de Europese Unie veroordelen tot vergoeding van alle door verzoeker geleden schade die door het Gerecht naar billijkheid zal worden begroot;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker een primair en een subsidiair middel aan, stellende dat de Raad verantwoordelijk is voor de schade die hij heeft geleden.
Volgens het primaire middel zijn de bestreden beperkende maatregelen, namelijk besluit (GBVB) 2018/778 van de Raad van 28 mei 2018 houdende wijziging van besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië en de uitvoeringshandelingen daarvan, onrechtmatig. Ten eerste is er sprake van schending van de motiveringsplicht als bedoeld in artikel 296 VWEU en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en ten tweede wordt er inbreuk gemaakt op verzoekers eigendomsrecht en op zijn recht op goede naam. Als rechtstreeks gevolg daarvan heeft verzoeker aanzienlijke immateriële en materiële schade geleden, namelijk afbreuk aan zijn goede naam en, wat de materiële schade betreft, beëindiging van contracten en verlies van materiaal en inkomsten, wat maakt dat hij recht heeft op schadevergoeding.
Het subsidiaire middel is gebaseerd op de risicoaansprakelijkheid van de Unie.
Full & Egal Universal Law Academy