15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/65
Beroep ingesteld op 3 februari 2019 — Almashreq Investment Fund/Raad
(Zaak T-62/19)
(2019/C 139/68)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Almashreq Investment Fund (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
verzoeksters vordering ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
de Europese Unie veroordelen tot vergoeding van alle door verzoekster geleden schade die door het Gerecht naar billijkheid zal worden begroot;
—
subsidiair, een deskundige benoemen om de volledige omvang van de schade te bepalen;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster een primair en een subsidiair middel aan, stellende dat de Raad van de Europese Unie verantwoordelijk is voor de schade die zij heeft geleden.
Volgens het primaire middel zijn de bestreden beperkende maatregelen, namelijk besluit (GBVB) 2018/778 van de Raad van 28 mei 2018 houdende wijziging van besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië en de uitvoeringshandelingen daarvan, onrechtmatig. Ten eerste is er sprake van schending van de motiveringsplicht als bedoeld in artikel 296 VWEU en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en ten tweede wordt er inbreuk gemaakt op verzoeksters eigendomsrecht en op haar recht op goede naam. Als rechtstreeks gevolg daarvan heeft verzoekster aanzienlijke immateriële en materiële schade geleden, namelijk afbreuk aan haar goede naam en, wat de materiële schade betreft, beëindiging van contracten en verlies van materiaal en inkomsten, wat maakt dat zij recht heeft op schadevergoeding.
Het subsidiaire middel is gebaseerd op de risicoaansprakelijkheid.
Full & Egal Universal Law Academy