15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/66
Beroep ingesteld op 5 februari 2019 — CRIA en CCCMC/Commissie
(Zaak T-72/19)
(2019/C 139/69)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: China Rubber Industry Association (CRIA) (Beijing, China) en China Chamber of Commerce of Metals, Minerals & Chemicals Importers & Exporters (CCCMC) (Beijing) (vertegenwoordigers: R. Antonini, E. Monard en B. Maniatis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) 2018/1690 van de Commissie van 9 november 2018 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot wijziging van uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van uitvoeringsverordening (EU) 2018/163, voor zover deze betrekking heeft op verzoekers en hun relevante leden, en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekers zes middelen aan.
1.
Eerste middel: de bestreden verordening schendt artikel 2, onder d), artikel 8, leden 1, 4 en 7, en artikel 27 [juncto artikel 10, lid 6, van verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad („antisubsidieverordening”)] (1) door de schade te analyseren op basis van de „gewogen” gegevens van de in de steekproef opgenomen ondernemingen. Zelfs indien weging zou worden toegestaan, leidt de wijze waarop dit is gedaan tot schendingen van artikel 8, leden 1, 2 en 4, en artikel 15, lid 1, van de antisubsidieverordening.
2.
Tweede middel: het opnemen van banden die van een nieuw loopvlak zijn voorzien biedt voor de Commissie geen basis om haar onderzoek op logische wijze voort te zetten, hetgeen in strijd is met artikel 2, onder d), artikel 8, leden 1, 4 en 5, en artikel 9, lid 1, van de antisubsidieverordening. De analyse van de schade en van het oorzakelijk verband zonder onderscheid tussen nieuwe en van een nieuw loopvlak voorziene banden is niet gebaseerd op positief bewijsmateriaal en is geen objectief onderzoek, hegeen in strijd is met artikel 8, leden 1, 4 en 5, van de antisubsidieverordening.
3.
Derde middel: de beoordeling van de prijseffecten (prijsonderbieding en prijsbederf) en de vaststelling van de schademarge zijn in strijd met artikel 8, leden 1 en 2, en artikel 15, lid 1, van de antisubsidieverordening, door geen rekening te houden met de aanzienlijk hogere kosten per kilometer van een nieuwe band in vergelijking met een van een nieuw loopvlak voorziene band en door berekende uitvoerprijzen als basis te nemen.
4.
Vierde middel: de incoherenties, de inconsistenties en het ontbreken van een positieve en/of objectieve bewijsbasis voor de analyse van het oorzakelijk verband zijn in strijd met artikel 8, leden 1 en 5, van de antisubsidieverordening. In de bestreden verordening worden ook andere bekende factoren niet naar behoren onderzocht om ervoor te zorgen dat de door die andere factoren veroorzaakte schade niet in strijd met artikel 8, leden 1 en 6, van de antisubsidieverordening aan de invoer met dumping wordt toegeschreven.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft de rechten van verdediging van verzoekers en de artikelen 11, lid 7, artikel 29, leden 1, 2 en 3, en artikel 30, leden 2 en 4, van de antisubsidieverordening geschonden door verzoekers geen informatie te bezorgen en hun geen toegang te verschaffen tot informatie die relevant is voor de vaststelling van de schade en de dumping.
6.
Zesde middel: de hoogte van de bij de bestreden verordening ingestelde antidumpingrechten is in strijd met de overeenkomstige bepalingen van verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (ʻantidumpingverordening’) (2) en artikel 2, lid 10, onder b), en artikel 2, lid 7, onder a), van de antidumpingverordening.
(1) Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 55).
(2) Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy