15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/68
Beroep ingesteld op 15 februari 2019 — Broughton/Eurojust
(Zaak T-87/19)
(2019/C 139/71)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Jon Broughton (Amsterdam, Nederland) (vertegenwoordiger: D.C. Coppens, advocaat)
Verwerende partij: Eurojust
Conclusies
—
de bestreden besluiten van Eurojust 62/2018/AD van 20 november 2018, AD 2018-26 en AD 2018-27 van 4 mei 2018 en het terugvorderingsbesluit van 4 mei 2018 krachtens artikel 270 VWEU nietig te verklaren;
—
te verklaren voor recht dat Frans als tweede taal van de heer Broughton dient te worden beschouwd en Nederlands als derde taal;
—
te bepalen dat de jegens verzoeker bevolen terugvordering onrechtmatig is, deze te doen staken en te bepalen dat de door Eurojust teruggevorderde bedragen aan verzoeker dienen te worden gerestitueerd;
—
te bepalen dat Eurojust verzoeker dient terug te brengen in dezelfde rechtspositie als voorafgaand aan de bestreden besluiten;
—
Eurojust te verwijzen in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, gericht tegen alle bestreden besluiten
—
het onderzoek is niet objectief en niet zorgvuldig uitgevoerd;
—
de feiten die ten grondslag zijn gelegd aan het besluit, zijn niet op basis van zorgvuldig en onafhankelijk onderzoek vastgesteld;
—
het besluit mist feitelijke grondslag;
—
verzoekers belangen zijn onvoldoende in acht genomen met schending van het beginsel van „equality of arms”.
2.
Tweede middel, gericht tegen de besluiten AD 2018-26 en AD 2018-27: de besluiten missen feitelijke grondslag
—
de aan de beslissing ten grondslag gelegde feiten kunnen de beslissing niet dragen;
—
de feiten zijn onjuist vastgesteld;
—
de bewijsmiddelen zijn onjuist gewogen.
3.
Derde middel, gericht tegen het besluit tot terugvordering
—
het besluit mist feitelijke grondslag;
—
het besluit is onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd.
Full & Egal Universal Law Academy