17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/42
Beroep ingesteld op 18 februari 2019 — Magnan/Commissie
(Zaak T-99/19)
(2019/C 206/47)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Nathaniel Magnan (Aix-en-Provence, Frankrijk) (vertegenwoordiger: J. Fayolle, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het onderhavige beroep wegens nalaten van de Europese Commissie ontvankelijk verklaren en de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Commissie vaststellen op grond van artikel 340 VWEU;
—
het onderhavige beroep tot nietigverklaring van het impliciete besluit van de Commissie om op te treden, vervat in een brief van 20 december 2018, ontvankelijk verklaren;
—
ten gronde, ten eerste:
—
verklaren voor recht dat artikel 55, onder a), van de Loi sur l’Assurance-maladie (LAMal; ziektekostenverzekeringswet) in strijd is met:
—
de artikelen 2 (niet-discriminatie), 7 (het recht op gelijke behandeling) en 13 (standstillverplichting) van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Zwitserse Bondsstaat over het vrije verkeer van personen (hierna: „OVP”;
—
artikel 55 van richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
—
vaststellen dat de transversale richtlijn van het kanton van Genève met betrekking tot „de rekruteringsprocedure in publiekrechtelijke en gesubsidieerde instellingen”, evenals alle andere bepalingen van federale Zwitserse wetgeving inzake nationale voorrang, de OVP schenden;
—
vaststellen dat er anderzijds geen discriminerende maatregelen van de lidstaten van de Europese Unie ten aanzien van artsen die Zwitsers onderdaan zijn bestaan;
—
vaststellen dat de Commissie, die moet waken over de toepassing van de Verdragen, ten onrechte heeft gelaten op te treden, waardoor zij het beginsel van gewettigd vertrouwen en het beginsel van de waarborging van verworven rechten van dokter Magnal Nathaniel heeft geschonden;
—
vaststellen dat er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige stilzitten van de Europese Commissie en de schade van dokter Magnal Nathaniel;
—
de Europese Commissie veroordelen wegens nalaten;
—
de Europese Commissie veroordelen tot betaling aan dokter Magnan Nathaniel van het bedrag van 1 141 198,10 EUR (wisselkoers van 7 januari 2019 om 11.39 GMT), dat overeenkomt met 1 281 444 CHF, welk bedrag overeenstemt met de reeds sinds 2013 geleden schade wegens de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Commissie op grond van artikel 340 VWEU;
—
de Europese Commissie op grond van artikel 340 VWEU wegens nalaten veroordelen tot de betaling aan dokter Magnan Nathaniel van een dwangsom van 500 EUR per werkdag wegens het bestaan van voortdurende, permanente en actuele economische schade, welk bedrag overeenstemt met de dagelijkse schade totdat de Zwitserse Bondsstaat de OVP naleeft, of één van de partijen zich terugtrekt uit de overeenkomst;
—
ten tweede:
—
vaststellen dat de antwoordbrief van de Europese Commissie van 20 december 2018 een weigeringsbeslissing is;
—
die impliciete beslissing van de Europese Commissie om niet op te treden ten aanzien van de Zwitserse Bondsstaat wegens schending van de Verdragen, en om de schade niet te vergoeden, nietig verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: niet-naleving door Zwitserland van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (PB 2002, L 114, blz. 6), en van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB 2005, L 255, blz. 22). Volgens verzoeker heeft de Zwitserse Bondsstaat in juli 2013 een beperking ingesteld van de vestiging van artsen in de gebieden in overtal die onderworpen zijn aan de Zwitserse verplichte ziekteverzekering, hetgeen een indirecte discriminatie uitmaakt op grond van nationaliteit aangezien deze beperking niet geldt voor artsen die 3 jaar ervaring hebben in Zwitserse universitaire ziekenhuizen.
2.
Tweede middel: afwezigheid van discriminerende maatregelen vanwege de Europese Unie ten aanzien van artsen, onderdanen van Zwitserland, uit hoofde van het volkenrechtelijke beginsel van wederkerigheid, hetgeen volgens verzoeker door het Gerecht moet worden vastgesteld.
3.
Derde middel: onrechtmatig stilzitten van de Commissie, voor zover zij de verplichting had om te handelen omdat zij instaat voor de waarborging van de Verdragen op grond van artikel 17, lid 1, VEU alsmede van de grondrechten van de burgers van de Europese Unie. In dit verband beroept verzoeker zich op de beginselen van gewettigd vertrouwen in de instellingen en de rechtszekerheid inzake verworven rechten.
4.
Vierde middel: het feit dat de Commissie geen gevolg heeft gegeven aan het tot haar gerichte verzoek van verzoeker om dringend te handelen, is feitelijk een impliciete weigering en derhalve een bezwarend besluit.
5.
Vijfde middel: de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Commissie op grond van artikel 340 VWEU wegens nalaten.
Full & Egal Universal Law Academy