15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/82
Beroep ingesteld op 19 februari 2019 — L. Oliva Torras/EUIPO — Mecánica del Frío (Koppelingen voor voertuigen)
(Zaak T-100/19)
(2019/C 139/83)
Taal van het verzoekschrift: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: L. Oliva Torras, SA (Manresa, Spanje) (vertegenwoordiger: E. Sugrañes Coca, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)
Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Mecánica del Frío, SL (Cornellá de Llobregat, Spanje)
Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO
Houder van het betrokken model: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep
Betrokken model: gemeenschapsmodel (Koppelingen voor voertuigen) — Gemeenschapsmodel nr. 2217 588-0001
Bestreden beslissing: beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO van 19 november 2018 in zaak R 1397/2017-3
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
in verband met de nietigheidsgrond, om de vaststellingen dienaangaande van de kamer van beroep te bevestigen en de nietigheidsprocedure, die is ingeleid op basis van de gronden voor nietigheid van een gemeenschapsmodel zoals bedoeld in elk van de artikelen 4 tot en met 9 („Voorwaarden voor bescherming”) van de verordening betreffende gemeenschapsmodellen (hierna: „VGM”), ontvankelijk te verklaren;
—
in verband met de voorrang waarop de grieven inzake gebrek aan nieuwheid en eigen karakter zijn gebaseerd, om, gelet op het feit dat de door de nietigheidsafdeling en de kamer van beroep gemaakte vergelijking, die uitsluitend was gebaseerd op beeld A (uit de catalogus), onjuist is, de vergelijking opnieuw uit te voeren, rekening houdend met alle overgelegde bewijzen en de bijzondere omstandigheden van het concrete geval;
—
ten gronde, in verband met het gebrek aan nieuwheid van het ingeschreven gemeenschapsmodel (hierna: „IGM”), om dat model nietig te verklaren aangezien het bijna identiek is en het bijgevolg gaat om een nagenoeg identieke nabootsing van het model van verzoekster, zonder dat verzoekster daar toestemming voor heeft gegeven. Bijgevolg voldoet het bestreden IGM niet aan het vereiste van nieuwheid, zodat geen bescherming kan worden verkregen middels inschrijving van een gemeenschapsmodel;
—
ten gronde, in verband met het gebrek aan eigen karakter van het IGM, om het bestreden model nietig te verklaren op grond dat het eigen karakter mist in vergelijking met de eerder door L. Oliva Torras, SA openbaar gemaakte modellen, ermee rekening houdend dat er weinig ruimte is voor creatieve vrijheid wegens de technische functie van het onderdeel, dat moet worden gemonteerd in een specifieke voertuigmotor, alsook gelet op de kenmerken van de geïnformeerde gebruiker en de gelijkenissen tussen de vergeleken onderdelen;
—
ten gronde, in verband met het bestaan van gronden voor uitsluiting van het IGM van bescherming uit hoofde van artikel 8 VGM, om het bestreden model nietig te verklaren op grond dat het onder het verbod van artikel 8, leden 1 en 2, valt aangezien de uiterlijke kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie ervan worden bepaald, en om het nietig te verklaren op grond dat het onder het absolute verbod van artikel 4 VGM valt, doordat het een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt;
—
ten gronde, in verband met het feit dat het IGM inbreuk maakt op artikel 9 VGM, om de beslissing dienaangaande van de kamer van beroep te bevestigen;
—
overeenkomstig lid 1 van artikel 134 („Algemene regels over de verdeling van de proceskosten”) van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, om de in het ongelijk gestelde partij te verwijzen in de kosten, voor zover dit is gevorderd.
Aangevoerde middelen
—
Schending van de artikelen 5, 6, 8 en 9 van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad.
Full & Egal Universal Law Academy