15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/84
Beroep ingesteld op 20 februari 2019 — Mende Omalanga/Raad
(Zaak T-103/19)
(2019/C 139/85)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Lambert Mende Omalanga (Kinshasa, Democratische Republiek Congo) (vertegenwoordigers: T. Bontinck, P. De Wolf, M. Forgeois en A. Guillerme, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
besluit (GBVB) 2018/1940 van de Raad van 10 december 2018 nietig te verklaren, voor zover verzoeker daarbij is gehandhaafd onder punt 11 van bijlage II bij besluit 2010/788/GBVB;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2018/1931 van de Raad van 10 december 2018 nietig te verklaren, voor zover verzoeker daarbij is gehandhaafd onder punt 11 van bijlage I bis bij verordening (EG) nr. 1183/2005;
—
de onwettigheid van artikel 3, lid 2, onder a), van besluit 2010/788/GBVB en artikel 2 ter, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 1183/2005 vast te stellen;
—
de Raad te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vier middelen aan.
1.
Het eerste middel berust op schending van de rechten van de verdediging, daaronder begrepen schending van de verplichting om een motivering te geven waarmee de maatregelen worden gerechtvaardigd en een effectieve rechterlijke bescherming wordt gewaarborgd, en op schending van het recht te worden gehoord.
2.
Het tweede middel berust op een kennelijke beoordelingsfout betreffende verzoekers betrokkenheid bij daden die een op consensus gebaseerde en vreedzame oplossing voor verkiezingen in de Democratische Republiek Congo belemmeren.
3.
Het derde middel berust op schending van het recht op privacy en het evenredigheidsbeginsel.
4.
Het vierde middel berust op niet-toepasselijkheid van artikel 3, lid 2, onder a), van besluit 2010/788/GBVB van de Raad van 20 december 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Republiek Congo en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/369/GBVB (PB 2010, L 336, blz. 30) en artikel 2 ter, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 1183/2005 van de Raad van 18 juli 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die handelen in strijd met het wapenembargo tegen de Democratische Republiek Congo (PB 2005, L 193, blz. 1). Dienaangaande stelt verzoeker dat het in deze artikelen gedefinieerde juridische criterium, waarop de plaatsing van verzoekers naam op de betrokken lijsten is gebaseerd, het beginsel van voorzienbaarheid van de Uniehandelingen en het evenredigheidsbeginsel schendt, aangezien het de Raad een willekeurige en discretionaire beoordelingsbevoegdheid toekent.
Full & Egal Universal Law Academy