15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/102
Beroep ingesteld op 21 februari 2019 — Dyson e.a./Commissie
(Zaak T-127/19)
(2019/C 139/105)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Dyson Ltd (Malmesbury, Verenigd Koninkrijk) en 14 andere verzoekende partijen (vertegenwoordigers: E. Batchelor, T. Selwyn Sharpe en M. Healy, Solicitors)
Verwerende partij: Europese Commissie.
Conclusies
Verzoekers verzoeken het Gerecht:
—
verweerster aansprakelijk te stellen voor de schade die verzoekers hebben geleden als gevolg van de vaststelling van gedelegeerde verordening (EU) nr. 665/2013 van 3 mei 2013 van de Commissie (1) ten belope van circa:
—
176 100 000 EUR, inclusief vergoedende rente, voor de contrafeitelijke situatie van het gebrek aan etikettering, vanaf de inwerkingtreding van gedelegeerde verordening nr. 665/2013 tot de nietigverklaring van de etiketteringsverordening op 19 januari 2019; en/of subsidiair
—
127 100 000 EUR, inclusief vergoedende rente, voor de contrafeitelijke situatie van gevulde stofcontainers, vanaf de inwerkingtreding van gedelegeerde verordening nr. 665/2013 tot de nietigverklaring van de etiketteringsverordening op 19 januari 2019, en
—
verweerster te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekers vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: verweerster heeft artikel 10, lid 1, van richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 (2) geschonden en haar wettelijke bevoegdheid krachtens artikel 290 VWEU overschreden door in gedelegeerde verordening nr. 665/2013 een testmethode met een lege stofcontainer vast te stellen.
Verweerster heeft een wezenlijk onderdeel van artikel 10, lid 1, van richtlijn 2010/30/EU geschonden en in strijd met artikel 290 VWEU haar bevoegdheid overschreden.
2.
Tweede middel: verweerster heeft het fundamentele beginsel van gelijke behandeling geschonden door de vaststelling van gedelegeerde verordening nr. 665/2013, die zonder objectieve rechtvaardiging onrechtmatig heeft gediscrimineerd tussen traditionele stofzuigers met een zak en cyclonale technologie zonder zak, zoals deze van verzoeksters.
3.
Derde middel: verweerster heeft het fundamentele beginsel van behoorlijk bestuur en/of haar verplichting om zorgvuldig te handelen geschonden door een testmethode met een lege stofcontainer vast te stellen die: (i) een essentieel element van richtlijn 2010/30/EU buiten beschouwing heeft gelaten, (ii) tegen fundamenteel verschillende technologieën heeft gediscrimineerd en (iii) de op dat moment beschikbare alternatieve testmethoden met gevulde stofcontainers niet zorgvuldig en onpartijdig heeft beoordeeld.
4.
Vierde middel: verweerster heeft inbreuk gemaakt op het fundamentele recht van verzoekers om een handels- of bedrijfsactiviteit uit te oefenen.
Verweerster heeft een verordening vastgesteld waarbij de voorkeur werd gegeven aan traditionele stofzuigers met een zak, die minder goed presteren naargelang de container wordt gevuld met stof, boven machines die gebruik maken van cyclonale technologie, zoals die van verzoekers, die gedurende hun gehele gebruik even goed presteren. Dit heeft de mogelijkheden van verzoekers beperkt om zaken te doen en eerlijk te concurreren met concurrenten wier inferieure prestaties bij het vullen van de container met stof werden gemaskeerd door het etiket van verweerster, dat is bedoeld voor testen met een lege stofcontainer.
5.
Vijfde middel: deze ernstige schendingen van het Unierecht hebben verzoekers aanzienlijke materiële en immateriële schade berokkend, waarvoor verweerster aan verzoekers een vergoeding dient te betalen.
(1) Gedelegeerde verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende aanvulling van richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers (PB 2013, L 192, blz. 1).
(2) Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten (PB 2010, L 153, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy