15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/104
Beroep ingesteld op 26 februari 2019 — Spadafora/Commissie
(Zaak T-130/19)
(2019/C 139/106)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Sergio Spadafora (Brussel, België) (vertegenwoordiger: G. Belotti, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de directeur-generaal van OLAF van 26 november 2018 tot afwijzing van verzoekers klacht van 24 juli 2018 nietig te verklaren;
—
het besluit van de toenmalige directeur-generaal van OLAF, handelend in zijn hoedanigheid van TABG, betreffende de benoeming, met ingang van 1 juni 2018, van het hoofd van de eenheid OLAF.C4 („Juridisch advies”) nietig te verklaren;
—
de Europese Commissie te veroordelen tot vergoeding van verzoekers materiële en immateriële schade;
—
de Europese Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is primair gericht tegen het besluit tot benoeming, met ingang van 1 juni 2018, van het hoofd van de eenheid „Juridisch advies” van het directoraat „Onderzoeksondersteuning” van OLAF, en tot afwijzing van de klacht die krachtens artikel 90, lid 2, van het Statuut tegen dat benoemingsbesluit is ingediend.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 8, leden 1 en 2, van Commissiebesluit C(2016) 3288 final.
—
In dit verband wordt betoogd dat het TABG geen rekening heeft gehouden met de beoordelingen in de rapporten van het externe adviesbureau, terwijl dit met het oog op de selectie van een eenheidshoofd juist vereist is volgens artikel 8, lid 1, van bovenvermeld besluit van de Commissie.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van de verplichting tot onpartijdigheid.
—
Dienaangaande wordt betoogd dat artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in casu niet is geëerbiedigd, aangezien het betrokken benoemingsbesluit niet is genomen na een rechtmatige selectieprocedure, maar het resultaat is van de omzetting van een onrechtmatig vooraf genomen besluit van de verwerende partij. Laatstgenoemd besluit is op twee punten gebrekkig: (i) favoritisme ten gunste van een concurrent van verzoeker; (ii) miskenning van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Kamer voor hogere voorzieningen) van 5 december 2017 in zaak T-250/16 P.
3.
Derde middel, ontleend aan het feit dat het TABG, ofschoon artikel 8, lid 2, van Commissiebesluit C(2016) 3288 final verlangt dat „de betrokken directeur-generaal vóór een benoeming het bevoegde lid van de Commissie raadpleegt”, in casu niet aan deze verplichting heeft voldaan, doch het met een of meerdere personen eens is geworden over de kandidaat voor de benoeming van eenheidshoofd.
Full & Egal Universal Law Academy