6.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/47
Beroep ingesteld op 4 maart 2019 — ZU/Commissie
(Zaak T-140/19)
(2019/C 155/56)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: ZU (vertegenwoordiger: C. Bernard-Glanz, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
ten eerste, het beoordelingsrapport van 25 april 2018 nietig te verklaren;
—
ten tweede, het besluit tot weigering van bevordering van 18 juni 2018 nietig te verklaren;
—
ten derde, het besluit van 28 mei 2018 tot afwijzing van het verzoek om bijstand nietig te verklaren;
—
ten vierde en voor zover nodig, besluit nr. R/400/18 van 21 november 2018 tot afwijzing van de klacht tegen het beoordelingsrapport en het besluit houdende weigering van bevordering nietig te verklaren;
—
ten vijfde en voor zover nodig, besluit nr. R/461/18 van 21 november 2018 tot afwijzing van de klacht tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek om bijstand nietig te verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, aangevoerd ter ondersteuning van de vordering tot nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van het verzoek om bijstand, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling, niet-nakoming van de zorgplicht, schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en misbruik van bevoegdheid.
2.
Tweede middel, aangevoerd ter ondersteuning van de vordering tot nietigverklaring van het beoordelingsrapport en het besluit houdende weigering van bevordering, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling, weglating van relevante feiten en misbruik van bevoegdheid.
Full & Egal Universal Law Academy