6.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/47
Beroep ingesteld op 7 maart 2019 — Jap Energéticas y Medioambientales/Commissie
(Zaak T-145/19)
(2019/C 155/57)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Jap Energéticas y Medioambientales, SL (Valencia, Spanje) (vertegenwoordiger: G. Alabau Zabal, abogado)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht de handeling van de Europese Commissie waarbij het bedrag is vastgesteld dat verzoekster wegens de vermindering van de financiering in het kader van het programma LIFE 11 moet terugbetalen, nietig te verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de op 24 januari 2019 ter kennis gebrachte handeling van de Europese Commissie van 14 januari 2019, waarbij het bedrag wordt vastgesteld dat verzoekster moet terugbetalen wegens de vermindering van de financiering van het programma LIFE 11 ENV/ES/000593-H2AL RECYCLING en waarbij een betalingsbevel wordt uitgevaardigd.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van een wezenlijk vormvoorschrift.
—
In dit verband wordt betoogd dat de Europese Commissie geen argumenten of gegevens heeft aangevoerd die verzoekster in staat zouden stellen op te komen tegen de argumenten van de Commissie die verder gaan dan de inhoud van de oorspronkelijke brief van januari 2017, waarin de Commissie meedeelt welke uitgaven niet voor financiering in aanmerking komen, aangezien de Commissie zich in al haar memories beperkt tot het herhalen van dezelfde argumenten.
2.
Tweede middel: schending van het Verdrag of van enige rechtsregel betreffende de toepassing ervan.
—
In dit verband wordt aangevoerd dat handelingen die subjectieve rechten of legitieme belangen beperken, overeenkomstig de bepalingen van het recht van de Unie met redenen moeten worden omkleed, omdat anders sprake zou zijn van een willekeurige handeling ten eigen bate en van misbruik van een machtspositie, hetgeen in strijd zou zijn met de in het recht van de Unie erkende beginselen van evenredigheid, gewettigd vertrouwen, gelijke behandeling en met het „verbod van willekeur”.
3.
Derde middel: schending van de rechten van de verdediging
—
In dit verband wordt betoogd dat het ontbreken van een rechtvaardiging van de handeling als zodanig geen deugdelijke administratieve criteria biedt om te kunnen vaststellen dat bepaalde uitgaven niet voor vergoeding in aanmerking komen, zodat deze niet ter discussie kunnen worden gesteld.
Full & Egal Universal Law Academy