29.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 148/62
Beroep ingesteld op 6 maart 2019 Flovax/EUIPO — Dagniaux en Gervais Danone (GLACIER DAGNIAUX DEPUIS 1923)
(Zaak T-147/19)
(2019/C 148/62)
Taal van het verzoekschrift: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Flovax Sàrl (Doncols, Luxemburg) (vertegenwoordiger: C.-S. Marchiani, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)
Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Dagniaux (Roubaix, Frankrijk), Compagnie Gervais Danone (Parijs, Frankrijk)
Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO
Aanvrager: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep, Compagnie Gervais Danone
Betrokken merk: Uniebeeldmerk GLACIER DAGNIAUX DEPUIS 1923 in de kleur „tekst en verf: Pantone blauw nr. 302; achtergrond: Pantone nr. 1205c (crème)” — Uniemerk nr. 896 480
Procedure voor het EUIPO: nietigheidsprocedure
Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 18 mei 2018 in zaak R 2210/2016-1 en R 2211/2016-1
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie van 18 mei 2018 in de zaken met de nrs. R 2210/2016-1 en R 2211/2016-1 te herzien;
—
het door FLOVAX bij de kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie ingediende beroep R2211/2016-1 ontvankelijk te verklaren;
—
beslissing nr. 10417 C van de nietigheidsafdeling, die is vastgesteld krachtens artikel 55, lid 1, van verordening nr. 207/2009 betreffende het Uniemerk, ter afdoening van de op 22 oktober 2015 ingestelde vordering van Compagnie Gervais Danone tot vervallenverklaring, te vernietigen en deze vordering tot vervallenverklaring in haar geheel af te wijzen;
—
Compagnie Gervais Danone te veroordelen tot betaling aan de merkhouder van de vernietigingstaks en de kosten van vertegenwoordiging, vastgesteld op basis van het in [regel] 94 van [de uitvoeringsverordening] vermelde maximumtarief.
Aangevoerde middelen
—
schending van artikel 70 van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad;
—
schending van het beginsel van hoor en wederhoor;
—
onjuiste rechtsopvatting van de kamer van beroep bij de beoordeling van de voorwaarden voor niet-ontvankelijkheid van het bij haar ingestelde beroep.
Full & Egal Universal Law Academy