13.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 164/55
Beroep ingesteld op 7 maart 2019 — PKK/Raad
(Zaak T-148/19)
(2019/C 164/58)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Kurdistan Workers’ Party (PKK) (vertegenwoordigers: A. van Eik en T. Buruma, lawyers)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
besluit (GBVB) 2019/25 van de Raad van 8 januari 2019 (1) nietig verklaren voor zover het verzoeker betreft (terwijl verzoekster betwist dat Kadek en Kongra Gel haar aliassen zijn);
—
subsidiair, verklaren dat een minder belastende maatregel gerechtvaardigd is dan verzoekster te handhaven op de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie;
—
verweerder te verwijzen in de kosten, vermeerderd met rente.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien verzoekster niet kon worden aangemerkt als een terroristische organisatie in de zin van artikel 1, lid 3, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van 27 december 2001. (2)
Verweerder heeft niet aangetoond dat verzoekster een gestructureerde groep is die in onderling overleg optreedt om terroristische aanslagen te plegen. Bovendien kunnen de meeste van de in de motivering genoemde handelingen niet aan verzoekster worden toegeschreven, zijn zij niet opgenomen in de beperkende lijst van handelingen in artikel 1, lid 3, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad en/of kunnen zij een land geen ernstige schade toebrengen. Ten slotte was verzoeksters doel geen „terroristisch doel” in de zin van artikel 1, lid 3, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad. Dit doel moet in het bijzonder worden gezien in het licht van het gewapende conflict met het oog op zelfbeschikking.
2.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien geen beslissing door een bevoegde instantie is genomen, zoals is vereist in artikel 1, lid 4, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad.
3.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien verweerder de plaatsing op de lijst niet naar behoren opnieuw heeft bezien, zoals is vereist in artikel 1, lid 6, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad.
Uit de motivering is niet gebleken dat de plaatsing op de lijst naar behoren opnieuw is bezien, noch op nationaal niveau noch door de verwerende partij zelf. De informatie die verzoekster in eerdere procedures over het vredesproces, de strijd tegen ISIS/Da’esh en de autocratische ontwikkelingen in Turkije heeft verstrekt, is niet naar behoren in aanmerking genomen.
4.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien het besluit in strijd is met de vereisten van evenredigheid en subsidiariteit.
Met name de Koerdische diaspora wordt onevenredig zwaar getroffen door de plaatsing op de lijst.
5.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien het in strijd is met de in artikel 296 VWEU neergelegde motiveringsplicht.
Het Gerecht heeft in zijn arrest van 15 november 2018, PKK/Raad (T-316/14, EU:T:2018:788), op basis van precies dezelfde gronden een soortgelijke conclusie getrokken.
6.
Besluit 2019/25 van de Raad is nietig voor zover het verzoekster betreft aangezien het verzoeksters rechten van verdediging en haar recht op daadwerkelijke rechterlijke bescherming heeft geschonden.
In het bijzonder is verweerder voorbij gegaan aan het arrest van 15 november 2018, PKK/Raad (T-316/14, EU:T:2018:788) en de procedure die tot dat arrest heeft geleid.
(1) Besluit (GBVB) 2019/25 van de Raad van 8 januari 2019 tot wijziging en actualisering van de lijst van personen, groepen en entiteiten bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van gemeenschappelijk qtandpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van besluit (GBVB) 2018/1084 (PB L 6, 9.1.2019, blz. 6).
(2) Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PB L 344, 28.12.2001, blz. 93).
Full & Egal Universal Law Academy