6.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/49
Beroep ingesteld op 8 maart 2019 — Brunswick Bowling Products/Commissie
(Zaak T-152/19)
(2019/C 155/59)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Brunswick Bowling Products LLC (Muskegon, Michigan, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: R. Martens en V. Ostrovskis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1960 van de Commissie in zijn geheel nietig te verklaren (1);
—
de Commissie te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van (i) de procedureregels van artikel 11, van richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), en artikel 18, lid 5, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3), en (ii) het evenredigheidsbeginsel dat is vervat in artikel 18, lid 4, van verordening nr. 765/2008, aangezien de Zweedse vrijwaringsmaatregel niet gerechtvaardigd is omdat verzoekster werd misleid door de markttoezichtautoriteiten, en omdat minder ingrijpende maatregelen beschikbaar waren om de naleving van richtlijn 2006/42/EG te verwezenlijken.
2.
Tweede middel: schending van het beginsel van rechtszekerheid, de beginselen van de bescherming van het gewettigd vertrouwen en van behoorlijk bestuur, aangezien de opmerkingen en de daaropvolgende benadering van de markttoezichtautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Finland en Denemarken niet in aanmerking zijn genomen door de Commissie, en het bestreden besluit niet voorziet in een redelijke en effectieve uitvoeringstermijn.
3.
Derde middel: schending van de procedureregels van bijlage I bij richtlijn 2006/42/EG, aangezien uit het bestreden besluit en uit de beslissing van de Zweedse dienst voor de arbeidsomgeving van 30 augustus 2013 blijkt dat niet naar behoren wordt verwezen naar het algemene beginsel van de stand van de techniek bij het onderzoek van de betrokken producten op grond van essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (EVGE) vervat in bijlage I bij richtlijn 2006/42/EG.
4.
Vierde middel: onjuiste feitelijke beoordeling door de Commissie en schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, aangezien geen noodzakelijke informatie werd gevraagd aan de producent niettegenstaande het feit dat het bestreden besluit stelt dat de producent in het technisch dossier geen verband heeft gelegd tussen de referenties van de geharmoniseerde standaarden en de respectievelijke EVGE zoals wordt vereist door bijlage VII bij richtlijn 2006/42/EG. Een decent handelend redelijk bestuur zou voorafgaandelijk aan elk besluit van deze omvang hebben verzocht om deze ontbrekende informatie.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 6 van richtlijn 2006/42/EG en het beginsel van gelijke behandeling, aangezien de betreffende maatregel specifiek gericht is op de producten van verzoekster, terwijl vergelijkbare en minder conforme producten van andere producenten op de interne markt van de Europese Unie aanwezig zijn. Door bovendien enkel de intrekking en terugroeping van de betrokken producten te overwegen, verstoort het bestreden besluit de markt aangezien vergelijkbare machines van andere producenten nog steeds op de interne markt van de Europese Unie zijn toegelaten.
(1) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1960 van de Commissie van 10 december 2018 betreffende een door Zweden op grond van richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad genomen vrijwaringsmaatregel om het in de handel brengen van een door Brunswick Bowling & Billiards geproduceerd type kegelzetmachine en daarmee te gebruiken aanvullende set te verbieden en in voorkomend geval uit de handel te nemen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8253) (PB 2018, L 315, blz. 29).
(2) Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van richtlijn 95/16/EG (PB 2006, L 157, blz. 24).
(3) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 339/93 (PB 2008, L 218, blz. 30).
Full & Egal Universal Law Academy