20.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 172/36
Beroep ingesteld op 8 maart 2019– Șanli/Raad
(Zaak T-157/19)
(2019/C 172/50)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Dalokay Șanli (Rotterdam,Nederland) (vertegenwoordiger: D. Gürses, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de EuropeseUnie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
uitvoeringsverordening (EU) 2019/24 van de Raad van 8 januari 2019 en besluit (GBVB) 2019/25 vande Raad van 8 januari 2019 nietig te verklaren,en
—
de Raad te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker zes middelenaan.
1.
Eerste middel: de plaatsing van de PKK op de lijst is niet meergerechtvaardigd omdat de PKK geen terroristische organisatie is.
2.
Tweede middel: de naam van verzoeker behoort niet op de lijstte staan aangezien hij nooit is veroordeeld voor terroristische misdrijvennoch in beschuldiging is gesteld voor dergelijke feiten.
3.
Derde middel: het is niet bewezen dat verzoeker terroristischeactiviteiten heeft verricht of dat hij in verband kan worden gebrachtmet dergelijke activiteiten. De stelling dat hij rekruterings- enfinancieringsactiviteiten zou hebben verricht, is niet bewezen.
4.
Vierde middel: de fundamentele rechten van verdediging van verzoekeren het recht op effectieve rechterlijke bescherming zijn geschondenomdat hij zich niet heeft kunnen verweren tegen de aantijgingen jegenshem.
5.
Vijfde middel: de bestreden handelingen van de Raad zijn onvoldoendegemotiveerd aangezien ondersteund bewijs voor het opleggen van eensanctie ontbreekt.
6.
Zesde middel: artikel 1, lid 4, van gemeenschappelijk standpunt2001/931/GBVB is geschonden aangezien door de Raad geen welbepaaldeinlichtingen of dossierelementen zijn overgelegd die aantonen datdoor een bevoegde instantie een beslissing is genomen in de zin vandat artikel.
Full & Egal Universal Law Academy