3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/80
Beroep ingesteld op 21 maart 2019 — Exxonmobil Petroleum & Chemical/ECHA
(Zaak T-177/19)
(2019/C 187/87)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Exxonmobil Petroleum & Chemical BVBA (Antwerpen, België) (vertegenwoordigers: M. Navin-Jones, Solicitor, en A. Kołtunowska, advocaat)
Verwerende partij: Europees Agentschap voor chemische stoffen
Conclusies
—
het verzoek ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
het op 15 januari 2019 bekendgemaakte besluit ED/88/2018 van het ECHA betreffende de opname van zeer zorgwekkende stoffen in de kandidaatlijst voor mogelijke opname in bijlage XIV nietig verklaren voor zover het fenantreen betreft;
—
verweerder te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: verweerder heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt bij de beoordeling van de zeer persistente eigenschappen van fenantreen, zijn bevoegdheden overschreden, alsook inbreuk gemaakt op artikel 59 van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 (1) door:
—
zich te baseren op bevindingen van het ondersteunende document van het Comité lidstaten van 2009 inzake de zeer persistente eigenschappen van fenantreen als bestanddeel van koolteerpek, hoge temperatuur, zonder de beschikbare informatie zelf te beoordelen, en door zodoende de gebreken in het ondersteunende document over te nemen;
—
conclusies te trekken over de zeer persistente eigenschappen van fenantreen die niet hadden kunnen worden onderbouwd door het bewijs waarop werd gesteund;
—
voorbij te gaan aan beschikbaar bewijs dat ernstige vraagtekens had kunnen plaatsen bij de betrouwbaarheid en het extreem conservatieve karakter van de watersedimenten simulatiestudie OESO 308 betreffende fenantreen;
—
voorbij te gaan aan informatie die vraagtekens plaatst bij het gebruik van een berekening waarmee de resultaten van de OESO 308 studie worden aangepast om rekening te houden met de temperatuur;
—
het nieuwe bewijs met betrekking tot de persistentie van fenantreen dat tijdens de publieke consultatie ter beschikking is gesteld, niet te onderzoeken; en
—
niet alle relevante informatie in beschouwing te nemen bij het wegen van het bewijs voor het bepalen van de persistente eigenschappen van fenantreen, meer bepaald met betrekking tot fotodegradatie, oplossing en vervluchtiging van fenantreen.
2.
Tweede middel: door de bestreden handeling vast te stellen heeft verweerder het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel geschonden.
(1) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB 2006, L 396, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy