17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/47
Beroep ingesteld op 27 maart 2019 — Dickmanns/EUIPO
(Zaak T-181/19)
(2019/C 206/50)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Sigrid Dickmanns (Gran Alacant, Spanje) (vertegenwoordiger: H. Tettenborn, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
Conclusies
—
de bij brief van 4 juni 2018 medegedeelde besluiten van het EUIPO, waarbij de door verzoekster bij brief van 25 januari 2018 ingediende aanvragen tot
i.
het schrappen van de ontbindingsclausule in artikel 5 van verzoeksters contract en tot herkwalificatie van haar contract als tijdelijk contract in de zin van artikel 2, onder f), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (hierna: „RAP”) en — voor zover nodig — intrekking van het besluit van 14 december 2017, en
ii.
tweede verlenging van haar contract in de zin van artikel 2, onder f), RAP — vanaf 30 juni 2018 (dan wel vanaf 30 september 2018, wegens de door verzoeksters ziekte verschoven einddatum), of op zijn minst het opnemen van verzoekster in de procedure voor de tweede verlenging van in het jaar 2018 aflopende contracten met tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder f), RAP, overeenkomstig de „richtsnoeren voor de verlenging van de contracten voor bepaalde tijd van tijdelijk functionarissen” van 28 januari 2016 (hierna: „richtsnoeren”),
niet werden toegewezen, nietig verklaren;
—
het EUIPO veroordelen tot betaling aan verzoekster van een passend — aan het oordeel van het Gerecht overgelaten — bedrag, ter vergoeding van de immateriële schade die verzoekster heeft geleden ten gevolge van bovengenoemde besluiten van het EUIPO, en
—
het EUIPO verwijzen in de proceskosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Kennelijke beoordelingsfout, niet-uitoefening door verweerder van zijn beoordelingsbevoegdheid, schending van het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel, en schending van het verbod van willekeur
2.
Onrechtmatigheid van de ontbindingsclausule wegens schending van de richtsnoeren, het beginsel van behoorlijk bestuur, het discriminatieverbod, het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel dat voor de beëindiging van een tijdelijk dienstverband sprake moet zijn van een geldige reden („iusta causa”) en schending van artikel 30 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, richtlijn 1999/70/EG (1), de raamovereenkomst [met name clausule 1, onder b), en clausule 5, lid 1, daarvan], en van artikel 4 van verdrag nr. 158 van de IAO over de beëindiging van de arbeidsrelatie door de werkgever
3.
Schending van de richtsnoeren, die tevens een ernstig proceduregebrek oplevert, alsmede strijd met het discriminatieverbod, het beginsel van gelijke behandeling, het beginsel van behoorlijk bestuur en goed financieel beheer, het beginsel van hoor en wederhoor [artikel 41, lid 2, onder a), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie], niet-nakoming van verweerders zorgplicht en van de plicht tot inachtneming van verzoeksters legitieme belangen, kennelijke beoordelingsfout bij het afwegen van verzoeksters belangen tegen die van de dienst, en schending van het verbod van willekeur
4.
Wegens schending van artikel 8, lid 1, tweede en derde volzin, RAP en van het verbod op opeenvolgende arbeidsovereenkomsten, geldt verzoeksters contract voor onbepaalde tijd, zonder ontbindingsclausule
5.
Onrechtmatige handhaving van de ontbindingsclausule in het kader van het protocol voor hernieuwde indienstneming, evenals schending — door toepassing van de litigieuze clausule — van het gewettigd vertrouwen, van verzoeksters legitieme belangen en niet-nakoming van de zorgplicht
6.
Schending — door te weigeren de arbeidsovereenkomst te verlengen — van verzoeksters gewettigd vertrouwen, niet-nakoming van de zorgplicht die verweerder jegens haar heeft en niet-inachtneming van verzoeksters legitieme belangen, evenals een kennelijk beoordelingsfout bij de beoordeling van het belang van de dienst
(1) Richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB 1999, L 175, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy