17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/50
Beroep ingesteld op 4 april 2019 — Achema en Achema Gas Trade/Commissie
(Zaak T-193/19)
(2019/C 206/52)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Achema AB (Jonava, Litouwen) en Achema Gas Trade UAB (Jonava) (vertegenwoordigers: J. Ruiz Calzado, J. Wileur en N. Solárová, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2018) 7141 final van de Commissie van 31 oktober 2018 in staatssteunzaak SA.44678 (2018/N) — Litouwen — Wijziging van de steun voor de LNG terminal in Litouwen, nietig verklaren;
—
de Commissie en eventuele interveniërende partijen aan de zijde van de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters één enkel middel aan, namelijk dat de Commissie heeft nagelaten een formele onderzoeksprocedure in te leiden waardoor verzoeksters en andere derde partijen hun procedurele rechten ex artikel 108, lid 2, VWEU niet konden uitoefenen.
—
Verzoeksters betogen dat al het bewijs in deze zaak erop wijst dat de Commissie ernstige twijfel had moeten hebben over de verenigbaarheid van de staatssteun met de interne markt en dat zij derhalve een formele onderzoeksprocedure had moeten openen. Het bewijs ziet op de lengte van het vooronderzoek, andere omstandigheden waarin het bestreden besluit werd vastgesteld en de gebreken in de inhoud van het besluit, dat onvoldoende gemotiveerd is en aangetast door ernstige beoordelingsfouten. Bovendien betogen zij dat de Commissie bijzonder relevante aspecten buiten beschouwing heeft gelaten, die zij in overweging had moeten nemen alvorens tot de conclusie te komen dat zij over voldoende informatie beschikte om de steun verenigbaar te verklaren met de interne markt.
—
Meer bepaald voeren verzoeksters aan dat i) de beoordeling van de noodzaak van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) en het toepassingsgebied ervan gebreken vertoont en ontoereikend is; ii) de Commissie ten onrechte heeft geoordeeld dat de steun verenigbaar was met het DAEB-kader; iii) het bestreden besluit onvoldoende rekening houdt met de laatste wijzigingen van de steun en daarom onvoldoende gemotiveerd is; iv) de beoordeling in het bestreden besluit van de noodzaak en de evenredigheid van de steunmaatregelen gebrekkig en ontoereikend is; en v) in het bestreden besluit de merkbare gevolgen voor de mededinging in de bevoorrading van gas in Litouwen en voor de handel met andere lidstaten ontoereikend worden onderzocht.
Full & Egal Universal Law Academy