24.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/48
Beroep ingesteld op 5 april 2019 — Società Agricola Tenuta di Rimale e.a./Commissie
(Zaak T-210/19)
(2019/C 213/48)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partijen: Società Agricola Tenuta di Rimale Ss (Fidenza, Italië) en 9 overige verzoekers (vertegenwoordigers: M. Libertini, A. Scognamiglio en M. Spolidoro, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekers verzoeken het Gerecht de bestreden nota van verweerster nietig te verklaren en de in het verzoekschrift aangevoerde redenen opnieuw te onderzoeken. Dit nieuwe onderzoek moet worden gebaseerd op een andere en correctere uitlegging van artikel 150 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (1), en op een grondiger onderzoek, dat aan het licht zal brengen dat de redenen die het consortium aanvoert om voor onbeperkte duur de discriminerende en ongerechtvaardigde regulering voor het aanbod van melk voor de productie van kaas met de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) Parmigiano Reggiano te bevestigen, onsamenhangend en incoherent zijn.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de nota van de Europese Commissie — Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling — van 6 februari 2019, waarbij werd besloten de klacht die verzoekers op 5 februari 2018 hadden ingediend en waarin zij zich beklaagden over de onrechtmatigheid van besluit nr. 6762 van het ministerie van Landbouw-, Voedsel- en Bosbouwbeleid van 15 december 2016 houdende goedkeuring van het plan voor de regulering van het aanbod van Parmigiano-Reggiano-kaas voor de driejarige periode 2017-2019, alsmede van besluit nr. 5320 van datzelfde ministerie van 19 september 2017, waarbij de wijzigingen van het plan voor de regulering van het aanbod van Parmigiano-Reggiano-kaas voor de driejarige periode 2017-2019 werden goedgekeurd.
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekers drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de onjuiste uitlegging van artikel 150 van verordening (EU) nr. 1308/2013, wat betreft de vaststelling van een gekwalificeerde meerderheid van de producenten waarop het voorstel tot regulering van het aanbod betrekking heeft.
2.
Tweede middel, ontleend aan de onjuiste uitlegging van artikel 150 van verordening (EU) nr. 1308/2013, wat betreft de noodzaak om de materiële voorwaarden voor marktonevenwichten vast te stellen met het oog op de vaststelling van tijdelijke maatregelen tot regulering van het aanbod, en een adequate motivering daarvan.
3.
Derde middel, ontleend aan de onjuiste uitlegging van artikel 150 van verordening (EU) nr. 1308/2013, wat betreft het verbod van plannen tot regulering van het aanbod waarvan de inhoud discriminerend is.
(1) PB 2013, L 347, blz. 608.
Full & Egal Universal Law Academy