3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/84
Beroep ingesteld op 5 april 2019 — Le Pen/Parlement
(Zaak T-211/19)
(2019/C 187/90)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Jean-Marie Le Pen (Saint-Cloud, Frankrijk) (vertegenwoordiger: F. Wagner, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
besluit P8_TA-PROV(2019)0136 van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van verzoeker, 2018/2247(IMM), waarbij verzoekers immuniteit daadwerkelijk is opgeheven, nietig te verklaren;
—
het Parlement te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 9 van Protocol (Nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (PB 2010, C 83, blz. 266), artikel 5, leden 1 en 5, van het Reglement van orde van het Europees Parlement (PB 2005, L 44, blz. 1) en mededelingen aan de leden nrs. 11/2003 en 11/2016.
2.
Tweede middel, ontleend aan misbruik van procedure. Verzoeker is van mening dat het Parlement, door de opheffing van zijn parlementaire immuniteit te aanvaarden, de Franse onderzoeksrechter toestaat om in de plaats te treden van de secretaris-generaal van het Parlement voor de periode 2009-2014, in strijd met artikel 68, lid 1, van de bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, dat die secretaris-generaal de exclusieve bevoegdheid verleent om te beslissen over onverschuldigd uitgekeerde betalingen en om een executoriale titel tegen het betrokken lid van het Europees Parlement te gelasten.
3.
Derde middel, ontleend aan misbruik van bevoegdheid, misbruik van procedure en schending van de redelijke termijn voor het instellen van vervolging. Verzoeker voert aan dat het Parlement misbruik heeft gemaakt van de procedure, die de uitoefening van zijn rechten van verdediging aantast, aangezien verzoeker na bijna drie mandaten zonder klacht van de secretaris-generaal van het Parlement het niet nodig heeft geacht om de bewijzen van het werk van zijn medewerkers bij te houden en hij niet in staat is om de rechter te antwoorden.
4.
Vierde middel, ontleend aan schending van artikel 43 van de mededeling aan de leden nr. 11/2016, aangezien de vervolging tot doel heeft de werkzaamheden van leden van een van de belangrijkste oppositiepartijen in het Parlement te bemoeilijken.
Full & Egal Universal Law Academy