8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/54
Beroep ingesteld op 10 april 2019 — Uzina Metalurgica Moldoveneasca/Commissie
(Zaak T-245/19)
(2019/C 230/68)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Uzina Metalurgica Moldoveneasca OAO (Rîbnița, Moldavië) (vertegenwoordigers: P. Vander Schueren en E. Gergondet, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk verklaren;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 (1) nietig verklaren voor zover zij betrekking heeft op verzoekster; en
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster acht middelen aan.
1.
Eerste middel: uitvoeringsverordening 2019/159 van de Commissie is gebaseerd op een kennelijke beoordelingsfout. Met deze uitvoeringsverordening is inbreuk gemaakt op het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel, doordat definitieve vrijwaringsmaatregelen worden toegepast op de invoer van oorsprong uit Moldavië terwijl soortgelijke invoer van oorsprong uit landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte van die maatregelen uitgesloten is.
2.
Tweede middel: uitvoeringsverordening 2019/159 van de Commissie is in strijd met artikel 18 van verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 (2), doordat definitieve vrijwaringsmaatregelen worden toegepast op de invoer van oorsprong uit Moldavië terwijl de invoer uit ontwikkelingslanden, zoals Moldavië, van de toepassing van dergelijke maatregelen uitgesloten had moeten zijn.
3.
Derde, subsidiair aangevoerde middel: verweerster heeft inbreuk gemaakt op het beginsel van behoorlijk bestuur en op het vertrouwensbeginsel, heeft een kennelijke beoordelingsfout begaan en heeft artikel 16 van verordening 2015/478 geschonden doordat zij niet heeft onderzocht of elk van de productcategorieën die samen het betreffende product vormen, afzonderlijk voldoet aan de voorwaarden waaronder vrijwaringsmaatregelen kunnen worden ingesteld.
4.
Vierde middel: verweerster heeft een kennelijke beoordelingsfout begaan, is de op haar rustende zorgvuldigheidsplicht niet nagekomen en heeft artikel 9, lid 1, onder a), en artikel 16 van verordening 2015/478 geschonden doordat zij zich op het standpunt heeft gesteld dat de stijging van de invoer van het product in de Europese Unie rechtvaardigde dat vrijwaringsmaatregelen werden ingesteld.
5.
Vijfde middel: doordat verweerster heeft vastgesteld dat er een dreiging van ernstige schade bestond, heeft zij een kennelijke beoordelingsfout begaan, heeft zij inbreuk gemaakt op het beginsel van behoorlijk bestuur, is zij de op haar rustende zorgvuldigheidsplicht niet nagekomen en heeft zij in strijd met artikel 5, lid 2, artikel 9, lid 2, en artikel 16 van verordening 2015/478 gehandeld.
6.
Zesde middel: verweerster heeft een kennelijke beoordelingsfout begaan en heeft artikel 16 van verordening 2015/478 geschonden omdat zij niet heeft aangetoond dat de stijging van de invoer van dien aard was dat de bedrijfstak van de Europese Unie ernstige schade dreigde op te lopen, en omdat zij geen rekening heeft gehouden met andere factoren op basis waarvan de beweerde dreiging van ernstige schade mogelijkerwijs gerechtvaardigd was.
7.
Zevende middel: uitvoeringsverordening 2019/159 van de Commissie is in strijd met artikel 16 van verordening 2015/478 omdat verweerster niet bevoegd was en in strijd met artikel 5, lid 1, van verordening 2015/478 heeft gehandeld toen zij ambtshalve een onderzoek heeft geopend dat heeft geleid tot de vaststelling van uitvoeringsverordening 2019/159 van de Commissie.
8.
Achtste middel: verweerster heeft inbreuk gemaakt op verzoeksters recht om te worden gehoord doordat zij heeft nagelaten essentiële informatie mee te delen met betrekking tot zowel de ontwikkeling van de invoer als de schade voor de bedrijfstak van de Europese Unie.
(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB 2019, L 31, blz. 27).
(2) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB 2015, L 83, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy