24.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/57
Beroep ingesteld op 10 april 2019 — Cambodja en CRF/Commissie
(Zaak T-246/19)
(2019/C 213/56)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Koninkrijk Cambodja en Cambodia Rice Federation (CRF) (Phnom-Penh, Cambodja) (vertegenwoordigers: R. Antonini, E. Monard en B. Maniatis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
uitvoeringsverordening (EU) 2019/67 van de Commissie van 16 januari 2019 (1) nietig verklaren, en
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen zes middelen aan.
1.
Eerste middel: de beperking van het begrip producenten in de Europese Unie tot de producenten die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen met gebruik van grondstoffen (padierijst) uit de Europese Unie, is in strijd met de artikelen 22, lid 1, en 23 van verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012. (2) Subsidiair schendt het handelen van verweerster artikel 22, lid 2, van verordening 978/2012.
2.
Tweede middel: door zich te baseren op onjuiste of onnauwkeurige gegevens, dan wel gegevens die niet specifiek in verband staan met een soortgelijk product, heeft verweerster in strijd met artikel 23 van verordening nr. 978/2012 nagelaten om de „ernstige moeilijkheden” naar behoren te beoordelen. Daardoor is het onmogelijk om naar behoren te onderzoeken of de in artikel 22, lid 1, van verordening nr. 978/2012 neergelegde voorwaarden zijn vervuld met betrekking tot het soortgelijke product in de zin van artikel 22, lid 2, van verordening nr. 978/2012,
3.
Derde middel: de vergelijking die verweerster maakte van de Cambodjaanse invoerprijzen met de prijzen in de Europese Unie schendt artikelen 22, lid 1, en 23 van verordening nr. 978/2012.
4.
Vierde middel: het onderzoek door verweerster van het causaal verband schendt artikel 22, lid 1, van verordening nr. 978/2012 aangezien de ernstige moeilijkheden van de bedrijfstak in de Europese Unie geen voldoende rechtstreeks gevolg zijn van de omvang en de prijs van de invoer uit Cambodja. Ook indien verordening 2019/67 zou uitgaan van een cumulatief onderzoek, is er nog sprake van een schending van artikel 22, lid 1, van verordening nr. 978/2012.
5.
Vijfde middel: verweerster liet na om meerdere van de voornaamste feiten en overwegingen, of gegevens die aan de basis lagen van dergelijke feiten of overwegingen, kenbaar te maken, in strijd met de artikelen 17, leden 1 tot en met 4, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 1083/2013 van de Commissie van 28 augustus 2013, (3) artikel 38 van verordening 978/2012 en de rechten van verdediging van verzoekers.
6.
Zesde middel: het samengestelde dossier is in grote mate gebrekkig en belangrijke informatie ontbreekt. Dit maakt een schending uit van artikel 14 van de gedelegeerde verordening nr. 1083/2013 van de Commissie, artikel 38 van verordening 978/2012 en van de rechten van verdediging van verzoekers.
(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/67 van de Commissie van 16 januari 2019 tot instelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar (PB 2019, L 15, blz. 5).
(2) Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad (PB 2012, L 303, blz. 1).
(3) Gedelegeerde verordening (EU) nr. 1083/2013 van de Commissie van 28 augustus 2013 tot vaststelling van regels voor de procedure voor tijdelijke intrekking van tariefpreferenties en voor instelling van algemene vrijwaringsmaatregelen in het kader van verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties (PB 2013, L 293, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy