24.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/59
Beroep ingesteld op 15 april 2019 — Wieland-Werke/Commissie
(Zaak T-251/19)
(2019/C 213/58)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Wieland-Werke AG (Ulm, Duitsland) (vertegenwoordigers: U. Soltész, C. von Köckritz en K. Winkelmann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit van de Europese Commissie van 5 februari 2019 in zaak M.8900 — Wieland/Aurubis Rolled Products/Schwermetall, nietig verklaren;
—
de Europese Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij elf middelen aan.
1.
Eerste middel: kennelijk onjuiste beoordeling van de Commissie door het bestreden besluit te baseren op het gebrekkige begrip van het zogenaamde „hogere” marktsegment in plaats van het bestreden besluit te baseren op de relevante markt voor gewalst koper zoals door haarzelf gedefinieerd.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft het zogenaamde „hogere” marktsegment, waarop zij haar beoordeling ten onrechte baseerde, niet gedefinieerd en evenmin duidelijk afgebakend. De aanpak van de Commissie was kennelijk onjuist en speculatief.
3.
Derde middel: de Commissie heeft kennelijke beoordelingsfouten gemaakt door in te gaan tegen haar eigen bevindingen in het goedkeuringsbesluit in zaak M.8909 — KME/MKM.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft een onhoudbare en precedentloze sui generis „theory of harm” toegepast, waarbij zij ten onrechte de horizontale en niet-horizontale gevolgen met elkaar in verband bracht, en de duidelijke en strikte aanwijzingen uit de richtsnoeren voor de beoordeling van fusies door elkaar haalde.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft kennelijke onjuistheden begaan in de concurrentierechtelijke beoordeling van haar vermeende horizontale zorgen, waarbij zij overduidelijk naliet om voor de hand liggende feiten te onderzoeken bij het bepalen van het concurrentieveld in de relevante markt.
6.
Zesde middel: de beoordeling van de Commissie inzake de omschakelmogelijkheden van de klanten is kennelijk onjuist.
7.
Zevende middel: de Commissie maakt gewag van prijsverhogingen door de transactie terwijl zij daar geen bewijs voor aandraagt.
8.
Achtste middel: de beoordeling door de Commissie van de wijziging van gezamenlijke naar uitsluitende zeggenschap over Schwermetall bevat kennelijke onjuistheden. In het bijzonder heeft de Commissie niet de noodzakelijke onderzoeksstappen genomen.
9.
Negende middel: de Commissie heeft kennelijke fouten gemaakt in de beoordeling van de door verzoekster aangeboden verbintenissen.
10.
Tiende middel: de door de Commissie gevolgde procedure met betrekking tot de verbintenissen en de marktraadpleging was niet in overeenstemming met een eerlijk proces.
11.
Elfde middel: de Commissie heeft wezenlijke vormvoorschriften en het recht op een eerlijk proces geschonden. Zij heeft geweigerd om voor de eerste twee verbintenissen de markt te raadplegen en zij heeft de marktraadpleging te laat in de procedure in gang gezet.
Full & Egal Universal Law Academy