24.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/65
Beroep ingesteld op 22 april 2019 — Imagina Media Audiovisual/Commissie
(Zaak T-269/19)
(2019/C 213/63)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Imagina Media Audiovisual, SA (Barcelona, Spanje) (vertegenwoordigers: P. Kuypers, N. Groot, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit Ares(2019)856949 van de Commissie, waarbij zij verzoekster een uitsluiting van twee jaar heeft opgelegd en haar in de databank voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting heeft ingeschreven (1);
—
veroordeling van de Commissie tot vergoeding van de schade die verzoekster als gevolg van het bestreden besluit heeft geleden;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door geen eigen onderzoek of analyse uit te voeren, door zich uitsluitend te baseren op de bevindingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie zonder eigen toetsing en door de bevindingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie onjuist uit te leggen. Bijgevolg heeft de Commissie de feiten onjuist beoordeeld en aldus de zorgvuldigheidsplicht geschonden.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft verzoekster ten onrechte uitgesloten en derhalve artikel 136, lid 1, onder c), van verordening 2018/1046 en de rechten van de verdediging van verzoekster geschonden door niet duidelijk aan te geven wat precies een ernstige beroepsfout is. Voorts heeft de Commissie ten onrechte gesteld dat verzoekster ook is uitgesloten van lopende aanbestedingen, aangezien dit niet voortvloeit uit het dispositief van het bestreden besluit, heeft zij haar ten onrechte uitgesloten voor gedragingen die verband houden met media- en marketingrechten op het gebied van sport in het kader van een aanbesteding voor audiovisuele berichtgeving over de actualiteit in de EU, aangezien dit verschillende markten zijn die geen invloed op elkaar hebben, zodat de betrouwbaarheid van verzoekster in overeenkomsten voor de Europese Unie kan worden aangetoond, en heeft zij ten onrechte besloten dat verzoekster moet worden uitgesloten, aangezien de Commissie niet over voldoende bewijs beschikte om het bestreden besluit vast te stellen en in de tussen verzoekster en het Amerikaanse ministerie van Justitie gesloten niet-vervolgingsovereenkomst niet wordt vermeld dat verzoekster of haar CEO schuldig is.
3.
Derde middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te stellen dat de uitsluiting evenredig is in de zin van artikel 136, lid 3, van verordening 2018/1046 en aldus voorbij te gaan aan het feit dat er geen gevolgen zijn voor de financiële belangen en het imago van de Unie, alsook aan de tijd die is verstreken sinds de gedragingen.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft ten onrechte besloten dat, gelet op artikel 136, lid 6, onder a), juncto artikel 136, lid 7, van verordening 2018/1046, de door verzoekster genomen corrigerende maatregelen voorlopig en ontoereikend zijn.
5.
Vijfde middel: de Commissie heeft het fundamentele beginsel van gelijke behandeling geschonden door verzoekster anders te behandelen dan andere inschrijvers die met het Amerikaanse ministerie van Justitie een niet-vervolgingsovereenkomst hebben gesloten.
6.
Zesde middel: de Commissie heeft verzoekster schade berokkend door ten onrechte te besluiten dat verzoekster moet worden uitgesloten van deelname aan aanbestedingsprocedures [en] procedures voor de toekenning van subsidies die onder verordening 2018/1046 vallen.
(1) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB 2018, L 193, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy