2.12.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/44
Rectificatie van de mededeling in het Publicatieblad in zaak T 279/19
(Publicatieblad van de Europese Unie C 220 van 1 juli 2019)
(2019/C 406/53)
Op bladzijde 41 dient de mededeling in het PB in zaak T-279/19, Front Polisario/Raad, als volgt te worden gelezen:
Beroep ingesteld op 27 april 2019 — Front Polisario/Raad
(Zaak T-279/19)
(2019/C 406/53)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Front populaire pour la libération de la Saguia el-Hamra et du Rio de Oro (Front Polisario) (vertegenwoordiger: G. Devers, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk verklaren;
—
het bestreden besluit nietig verklaren;
—
de Raad in de kosten verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van het beroep tegen besluit (EU) 2019/217 van de Raad van 28 januari 2019 betreffende de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en het Koninkrijk Marokko anderzijds (PB 2019, L 34, blz. 1), voert verzoeker tien middelen aan.
1.
Eerste middel: onbevoegdheid van de Raad tot het vaststellen van het bestreden besluit, aangezien de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko onbevoegd zijn om in plaats van de door het Front Polisario vertegenwoordigde Sahrawi een internationale overeenkomst te sluiten die van toepassing is op de Westelijke Sahara.
2.
Tweede middel: niet-nakoming van de verplichting om de kwestie van de eerbiediging van de grondrechten en van het internationale humanitaire recht te onderzoeken, aangezien de Raad deze kwestie niet heeft onderzocht alvorens het bestreden besluit vast te stellen.
3.
Derde middel: schending door de Raad van zijn verplichting om de arresten van het Hof ten uitvoer te leggen, aangezien het bestreden besluit is voorbijgegaan aan de motivering van het arrest van 21 december 2016, Raad/Front Polisario (C-104/16, EU:C:2016:973).
4.
Vierde middel: schending van de beginselen en wezenlijke waarden die leidend zijn voor het optreden van de Unie op het internationale toneel, aangezien, ten eerste, het bestreden besluit het bestaan van de Sahrawi als rechtssubject ontkent door de naam van dit volk te vervangen door de bewoordingen „personen op wie de overeenkomst betrekking heeft”; ten tweede, bij het bestreden besluit, in schending van het recht van volken om vrij over hun natuurlijke hulpbronnen te beschikken, een internationale overeenkomst wordt gesloten die, zonder instemming van de Sahrawi, de uitvoer van hun natuurlijke hulpbronnen naar de Unie organiseert, door deze bronnen aan te duiden als van Marokkaanse herkomst; en ten derde, bij het bestreden besluit een op de bezette Westelijke Sahara toepasselijke internationale overeenkomst is gesloten met het Koninkrijk Marokko in het kader van zijn annexatiebeleid ten aanzien van dit grondgebied en de systematische schendingen van de grondrechten die de handhaving van dit beleid vereist.
5.
Vijfde middel: schending van het vertrouwensbeginsel, aangezien het bestreden besluit strijdig is met de verklaringen van de Unie die, bij herhaling, steeds heeft bevestigd dat de beginselen van zelfbeschikking en de relatieve werking van verdragen moeten worden geëerbiedigd.
6.
Zesde middel: onjuiste toepassing van het evenredigheidsbeginsel, aangezien het, gelet op het eigen en afzonderlijke statuut van de Westelijke Sahara, de onaantastbaarheid van het recht op zelfbeschikking en de hoedanigheid van derde van de Sahrawi, niet aan de Raad was om een evenredigheidsafweging te maken tussen de beweerdelijke „voordelen voor de economie van de Westelijke Sahara” en de weerslag ervan op de Saharaanse natuurlijke hulpbronnen.
7.
Zevende middel: schending van het recht op de zelfbeschikking, aangezien, ten eerste, het bestreden besluit de nationale eenheid van de Sahrawi als subject van het recht op zelfbeschikking ontkent door in plaats van de naam van dit volk de bewoordingen „personen op wie de overeenkomst betrekking heeft” te gebruiken; ten tweede, het bestreden besluit, in schending van het recht van de Sahrawi om vrij over hun natuurlijke hulpbronnen te beschikken, zonder hun instemming de uitvoer organiseert van hun hulpbronnen naar de Unie, welke hulpbronnen worden aangeduid als van Marokkaanse herkomst; en, ten derde, bij het bestreden besluit, in schending van het eigen en afzonderlijke statuut van het Saharaanse grondgebied, een op de bezette Westelijke Sahara toepasselijke internationale overeenkomst is gesloten en dit besluit het werkelijke land van oorsprong van de van dit grondgebied afkomstige producten verhult, door deze producten te aan te duiden als van Marokkaanse herkomst.
8.
Achtste middel: schending van het beginsel van de relatieve werking van verdragen, aangezien het bestreden besluit de hoedanigheid van derde van de Sahrawi bij de verhoudingen tussen de Unie en Marokko ontkent en hun, zonder hun instemming, internationale verplichtingen inzake hun nationale grondgebied en hun natuurlijke hulpbronnen oplegt.
9.
Negende middel: schending van het internationale humanitaire recht en het internationale strafrecht aangezien, ten eerste, bij het bestreden besluit een op de bezette Westelijke Sahara toepasselijke internationale overeenkomst is gesloten, terwijl de Marokkaanse bezettingsmacht ten aanzien van dit grondgebied niet over het ius tractatus beschikt en het deze bezettingsmacht is verboden de natuurlijke hulpbronnen van dat grondgebied te exploiteren en, ten tweede, dit besluit, door het gebruik van de bewoordingen „personen op wie de overeenkomst betrekking heeft” de illegale overbrenging van Marokkaanse kolonisten naar het bezette Saharaanse grondgebied goedkeurt.
10.
Tiende middel: schending van de verplichtingen van de Unie krachtens het recht van internationale aansprakelijkheid, aangezien het besluit, doordat daarbij met het Koninkrijk Marokko een op de Westelijke Sahara toepasselijke internationale overeenkomst wordt gesloten, de ernstige schendingen van het internationale recht die door de Marokkaanse bezettingsmacht tegen de Sahrawi worden gepleegd goedkeurt en steun en bijstand verleent aan de uit deze schendingen voortgevloeide situatie.