8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/57
Beroep ingesteld op 4 mei 2019 — Vanhoudt e.a/EIB
(Zaak T-294/19)
(2019/C 230/71)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Paul Vanhoudt (Gonderange, Luxemburg) en negen andere verzoekende partijen (vertegenwoordiger: A. Haines, Barrister)
Verwerende partij: Europese Investeringsbank (EIB)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de EIB van 31 januari 2019, waarbij is geweigerd om verzoekers een compensatie te verlenen voor hun geleden verliezen en is geweigerd om de simulatietool SPAC en de resultaten daarvan te delen, nietig te verklaren;
—
voorts of subsidiair, de EIB te veroordelen tot betaling aan verzoekers van een vergoeding voor de immateriële schade die zij hebben geleden als gevolg van en is veroorzaakt door het besluit van de EIB om de simulatietool SPAC en/of de resultaten ervan niet te delen;
—
de EIB te gelasten om inzage te geven in de actuariële simulatietool SPAC en de resultaten ervan, in de vorm van afdrukken van de actuariële simulaties, zodat verzoekers hun niet-vergoede verliezen kunnen beoordelen en dus de juistheid of de onjuistheid van de compensatie die de EIB hun heeft geboden na de herziening van hun pensioen en bezoldiging;
—
de EIB te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voeren de verzoekende partijen vier middelen aan voor zover het hun vordering tot nietigverklaring betreft, en beroepen zij zich met betrekking tot hun verzoek om de overlegging van de simulatietool en de resultaten daarvan op de hieronder genoemde gronden.
1.
Eerste middel, betreffende de vordering tot nietigverklaring, ontleend aan schending van de punten 9, 10 en 14 tot en met 18 van het memorandum van overeenstemming en de begeleidende brief van de EIB en haar personeelsvertegenwoordigers van 18 mei 2009.
2.
Tweede middel, betreffende de vordering tot nietigverklaring, ontleend aan schending van het beginsel van gewettigde verwachtingen.
3.
Derde middel, betreffende de vordering tot nietigverklaring, ontleend aan schending van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, van behoorlijk bestuur en transparantie.
4.
Vierde middel, betreffende de vordering tot nietigverklaring, ontleend aan schending van de toegang tot persoonsgegevens.
Met betrekking tot hun vordering tot overlegging van de simulatietool en de resultaten daarvan voeren de verzoekende partijen het volgende aan.
—
Het verzuim van de EIB om inzage te geven in de actuariële simulatietool SPAC is in strijd met de artikelen 41, 42 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met artikel 15, leden 1 en 3, VWEU;
—
De EIB schendt hun recht op toegang tot persoonsgegevens, hetgeen in strijd is met de artikelen 14 en 17 van verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad. (1)
(1) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB 2018 L 295, blz. 39).
Full & Egal Universal Law Academy